::  Home  ::  Nieuwsbrief  ::  Archief  ::  April 2003


       

 
Nieuwsbrief - 4-2003, Nieuwsbriefspecial: auto
Bijtelling en aftrekbeperking Bijtelling betaald door werkgever
Verplichte aanslag IB   Bijtellings-percentage voor oldtimers
Geld voor een auto   Behandeling woon-werkverkeer
Kilometervergoeding   Ritten-administratie

Wat is een auto?   Autohandelaren en rijschoolhouders: opgelet
Wat is een bestelauto?   Tip voor DGA's
Wat is een oldtimer?   Kwartje van Kok blijft gehandhaafd
Kenteken doet er niet toe   BTW over kilometervergoeding niet meer aftrekbaar
Catalogusprijs staat centraal   BTW-regeling zakelijk en privé
Bijtellings-percentages voor personenauto's   Autokostenforfait behoort tot premie-inkomen WAZ
Bijtellings-percentages voor bestelauto's      

 


Drie soorten woon-werkverkeer, zes percentages voor het autokostenforfait, en tal van criteria voor bestelauto's: de fiscale regels voor verkeer en vervoer zijn en blijven ingewikkeld, ondanks het verzoek van de Tweede Kamer om daar wat aan te doen. Het onderzoek naar een vereenvoudiging van het systeem is helaas nog steeds niet afgerond, liet de staatssecretaris in april van dit jaar weten.

Half juni liet minister Zalm weten dat hij nu écht iets wil gaan doen aan de complexe regeling van het woon-werkverkeer, maar wat dat uiteindelijk oplevert, horen we pas de derde dinsdag van september.

Kortom: het blijft behelpen met het vinden van de weg door het fiscale oerwoud. Deze nieuwsbrief special helpt u daarbij, met een handig overzicht van de belangrijkste regelingen.


Bijtelling en aftrekbeperking
Bent u werknemer, en heeft u een auto van de zaak, dan krijgt u een bijtelling voor de inkomstenbelasting: het zogenaamde autokostenforfait. Uw belastbaar inkomen wordt verhoogd met een bepaald bedrag dat gebaseerd is op de waarde van de auto. In principe wordt er elk jaar 25% van de cataloguswaarde van de auto bij uw inkomen opgeteld, waarover u vervolgens inkomstenbelasting moet betalen.
Voor ondernemers met een auto van de zaak geldt precies hetzelfde, alleen gaat het dan om een aftrekbeperking in de winst van de onderneming. In het vervolg van deze nieuwsbrief zullen we blijven spreken over de bijtelling; zonodig kunt u daarvoor in de plaats het woord aftrekbeperking lezen.
Afhankelijk van het type auto -- personenauto of bestelauto -- én afhankelijk van het aantal kilometers dat u privé rijdt, kan het percentage van 25% lager uitvallen (of hoger, in bijzondere gevallen). We komen daar straks uitgebreid op terug, bij de forfaitaire tarieven. [terug naar boven]


Verplichte aanslag IB
Voor de loonbelasting behoort een auto van de zaak -- of beter gezegd: het voordeel dat dat oplevert -- niet tot het loon. Dat betekent dat er ook geen loonbelasting over afgedragen of ingehouden hoeft te worden. Voor de inkomstenbelasting behoort het genot van een auto echter wél tot het loon. Vandaar dat er over een auto van de zaak altijd inkomstenbelasting verschuldigd is. [terug naar boven]


Geld voor een auto
Wanneer een werknemer tijdelijk een toelage krijgt voor een auto, bijvoorbeeld bij wijze van 'schadevergoeding' omdat de gewenste auto er nog niet is, dan geldt dat gewoon als 'meer loon', dat op de gebruikelijke wijze progressief belast wordt. In dat geval is de forfaitaire regeling dus niet van toepassing. [terug naar boven]


Kilometervergoeding
In plaats van een auto van de zaak, kun je natuurlijk ook een privé-auto gebruiken en een kilometervergoeding voor de zakelijke kilometers declareren (plus de woon-werkkilometers, voor zover die fiscaal door de beugel kunnen). De belastingvrije vergoeding bedraagt 28 eurocent per kilometer. Alles daarboven wordt opgeteld bij het inkomen, waarover loonbelasting ingehouden moet worden. [terug naar boven]


Wat is een auto?
De wet definieert een auto als een motorrijtuig op drie of meer wielen. Een motorfiets is dus geen auto, met alle fiscale voordelen (of beter gezegd: minder fiscale nadelen) vandien. Daarnaast zijn er vervoermiddelen die wel aan de definitie van een auto voldoen, maar waarvoor afwijkende regels gelden. Namelijk: autobussen, vrachtauto's en bestelauto's.

Wat een autobus is, is simpel. Namelijk: een motorrijtuig dat bestemd is voor het vervoer van meer dan acht personen (waarbij de bestuurder niet meetelt). Ook over het begrip 'vrachtwagen' waren de geleerden het snel eens: dat is een motorrijtuig dat niet bedoeld is voor personenvervoer, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kilo (de grens van 3500 kg onderscheidt bestelwagens van vrachtwagens). [terug naar boven]


Wat is een bestelauto?
Het verhaal over de bestelauto is een stuk ingewikkelder. Dat komt vooral door het voortdurende kat- en muisspel tussen de overheid en de consument (c.q. de auto-industrie), waarbij de overheid telkens nieuwe regels moest verzinnen om ervoor te zorgen dat een gewone personenauto niet als een -- fiscaal aantrekkelijker -- bestelauto door het leven kon gaan.

Een bestelauto is een motorrijtuig met een laadruimte die in zijn geheel is voorzien van een vlakke laadvloer. Deze laadvloer moet echter ook nog aan diverse afmetingseisen voldoen. Hij moet bijvoorbeeld minstens 200 cm lang zijn en over minstens 200 cm van de lengte en minstens 20 cm van de breedte een hoogte van minstens 130 cm hebben. Ook zijn er gedetailleerde regels voor de afscheiding tussen de laadruimte en de cabine van de bestuurder, evenals gedetailleerde regels voor de rechter-zijruit in de laadruimte.

Om misverstanden over het verschil tussen bestelauto's en personenauto's te voorkomen, heeft de staatssecretaris de afbakening nader uitgewerkt in een uitvoeringsregeling. Een bestelauto geldt uiteindelijk toch als personenauto in één of meer van de volgende situaties:

  • als de bestelauto een zitruimte achter de bestuurder heeft;
  • als het gebruik van de bestelauto niet samenhangt met het werk;
  • als de bestelauto niet is bedoeld voor goederenvervoer;
  • als de bestelauto naast het woon-werkverkeer voor meer dan 10.000 kilometer privé wordt gebruikt.

Bij een bestelauto die door de werkgever ter beschikking is gesteld, geldt als aanvullende voorwaarde dat de belastingplichtige een werkgeversverklaring moet kunnen overleggen waarin staat dat bovenstaande situaties niet gelden. [terug naar boven]


Wat is een oldtimer?
Een oldtimer is een auto van 15 jaar of ouder. Vroeger waren oldtimers belastingtechnisch interessant (vanwege de lage cataloguswaarde en de aftrekbaarheid van de restauratie) maar tegenwoordig niet meer. De restauratiekosten kunnen -- door middel van afschrijving -- nog steeds worden afgetrokken, maar de cataloguswaarde als basis voor de bijtelling is vervangen door de werkelijke waarde in het economisch verkeer. Daardoor is een opgeknapte oldtimer ineens veel duurder geworden. [terug naar boven]


Kenteken doet er niet toe
Voor de inkomstenbelasting doet de kleur van een kenteken -- al of niet grijs -- nooit terzake. Het enige wat telt, zijn de laadvloer, het raam, de zitruimte achter de bestuurder, het soort werk dat ermee verricht wordt, de dingen die vervoerd worden en het privé-gebruik.
Ook een groen kenteken, voor auto's uit de handelsvoorraad van een autoverkoper, doet niet terzake. Officieel is het weliswaar verboden om privé te rijden in een auto met een groen kenteken, maar dat is nog geen argument om aan te tonen dát er niet privé mee gereden is. In de praktijk blijkt er namelijk nogal mee gesjoemeld te worden, en de rechter gaat uit van die realiteit. [terug naar boven]


Catalogusprijs staat centraal
De bijtelling is altijd een percentage van de catalogusprijs op het moment van aanschaf, elk jaar opnieuw, onafhankelijk van de feitelijke waarde of de boekwaarde van de auto op een bepaald moment. Op die regel is slechts één uitzondering, namelijk bij oldtimers. In dat geval geldt niet de catalogusprijs maar de waarde in het economisch verkeer.
Over de inhoud van het begrip 'catalogusprijs' is overigens nog wel het nodige juridisch gesteggel geweest, maar inmiddels is dat helder. Het Hof Amsterdam heeft bepaald dat de catalogusprijs de advies-consumentenprijs is en niet de advies-rijklaarprijs (waarbij de catalogusprijs vermeerderd is met de kosten van transport, schoonmaken, poetsen, kentekenplaten, volle tank, etc.). [terug naar boven]


Bijtellings-percentages voor personenauto's
Bij personenauto's is het aantal privé-kilometers cruciaal. Hoe meer privé-kilometers, hoe hoger het bijtellings-percentage. In principe geldt daarbij een maximum van 25%, maar in zeer uitzonderlijke gevallen kan dat hoger uitvallen. De bewijslast voor een hogere bijtelling dan 25% ligt overigens bij de inspecteur.

Tabel: bijtellings-percentages in 2003

privé-kilometers   bijtelling
0 - 500 km   0%
501 - 3000 km   10%
3001 - 6000 km   15%
6001 - 8000 km   20%
meer dan 8000 km   25%
[terug naar boven]

Bijtellings-percentages voor bestelauto's
Zoals gezegd is het uitgangspunt voor de bijtelling 25% over de cataloguswaarde van de auto. Maar als er sprake is van een bestelauto, dan kan dat percentage teruggaan naar 10%.

Soms wordt die 10% niet geaccepteerd, en geldt alsnog een bijtellings-percentage van 25%. Dat is met name het geval wanneer zich één of meer van de eerder genoemde situaties voordoen:

  • als de bestelauto een zitruimte achter de bestuurder heeft;
  • als het gebruik van de bestelauto niet samenhangt met het werk;
  • als de bestelauto niet is bedoeld voor goederenvervoer;
  • als de bestelauto naast het woon-werkverkeer voor meer dan 10.000 kilometer privé wordt gebruikt.

Anderzijds kan die 10% bijtelling voor bestelauto's juist nóg verder omlaag, en wel naar 2,5%. Dat is toegestaan wanneer er helemaal geen privé-kilometers worden gereden, afgezien van woon-werkverkeer.

Tenslotte bestaat er -- net als bij personenauto's -- de mogelijkheid om het bijtellings-percentage helemaal tot nul te reduceren. Een bijtelling van 0% is mogelijk wanneer het privé-gebruik 500 km of minder is. [terug naar boven]


Bijtelling betaald door werkgever
Wanneer een werkgever één of meer bestelwagens ter beschikking heeft gesteld die onder het 2,5%-tarief van de bijtelling vallen, dan mag hij de bijbehorende bijtellingen voor zijn eigen rekening nemen. De IB-verplichtingen van de werknemers worden dan afgekocht via de loonbelasting; dit staat bekend als de zogenaamde lumpsum-regeling. [terug naar boven]


Bijtellings-percentage voor oldtimers
Voor oldtimers geldt het gewone bijtellings-percentage van 25%. De enige bijzonderheid is dat die 25% gerekend wordt over de werkelijke waarde (waarde in het economisch verkeer) in plaats van de cataloguswaarde. [terug naar boven]


Behandeling woon-werkverkeer
Woon-werkverkeer met een auto van de zaak wordt als volgt behandeld:

  • 0 tot 10 km (enkele reis) telt als privé-kilometers;
  • 10 tot 30 km (enkele reis) telt volledig als zakelijke kilometers;
  • meer dan 30 km (enkele reis) telt voor 30 km als zakelijke kilometers en voor de rest als privé-kilometers.

Let op: om de pijn te verzachten wordt in 2003 -- net als in 2002 -- maximaal éénderde van de woon-werkkilometers als privé aangemerkt, met een maximum van 5500 kilometer. Wat er in de komende jaren gaat gebeuren, staat nog niet vast.

De fiscus beschouwt reizen als woon-werkverkeer wanneer u jaarlijks zestig dagen of meer naar een bepaalde werkplek reist. Daaronder geldt het als zakelijke kilometers. [terug naar boven]


Ritten-administratie
Iedereen die in aanmerking wil komen voor een lager bijtellings-percentage dan 25%, zal moeten aantonen dat hij minder dan een bepaald aantal kilometers privé heeft gereden (zie de tabel met forfaitaire percentages per kilometercategorie). Daartoe moet een ritten-administratie worden bijgehouden.

Zo'n ritten-administratie moet in ieder geval de volgende gegevens bevatten:

  • het merk, het type en het kenteken van de auto;
  • de periode waarover de auto ter beschikking heeft gestaan;
  • voor elke rit de datum en de beginstand en de eindstand van de teller;
  • het adres van vertrek en het adres van bestemming;
  • een routebeschrijving (als de route afwijkt van datgene wat gebruikelijk is);
  • de aard van de rit.

De bewijslast voor de mate van privé-gebruik ligt bij de belastingplichtige. Wat wél aanvaardbaar bewijs is en wat niet, heeft de staatssecretaris aangegeven in een besluit. Hieronder geven we aan wat dat besluit inhoudt.

Wel aanvaardbaar zijn de volgende vormen van bewijs:

  • de werknemer kan een sluitende ritten-administratie bijhouden door bij zijn agenda kopieën te bewaren van de maandstaten (met de vereiste informatie) die hij bij zijn werkgever inlevert;
  • de werkgever en de werknemer kunnen schriftelijk overeenkomen dat privé-gebruik niet is toegestaan, en dat de werkgever betrouwbare controle uitoefent op het autogebruik. Bijvoorbeeld door black-box registraties, werkroosters, vakantie-overzichten, ziekte- en verlofstaten, garage-nota's, schaderapporten en bekeuringen. Een model voor zo'n overeenkomst is te vinden op www.minfin.nl.

De volgende vormen van 'bewijs' zijn onvoldoende:

  • als de werkgever en de werknemer een schriftelijke overeenkomst hebben gesloten dat privé-gebruik van de bestelauto verboden is, zonder afdoende controle daarop. Het noemen van sancties op privé-gebruik is onvoldoende;
  • als een werknemer een gespecificeerde schatting geeft van het zakelijk gebruik en het woon-werkverkeer;
  • als een werknemer een vereenvoudigde ritten-administratie (overzicht van privé-ritten en het totaal aantal zakelijke kilometers) bijhoudt, zoals in 2001 was toegestaan.

Als de werkgever en de werknemer één persoon zijn, zoals bij veel directeuren-grootaandeelhouders het geval is, zal de inspecteur een deugdelijke ritten-administratie eisen.

Soms kan zo'n ritten-administratie na overleg met de inspecteur achterwege blijven, bijvoorbeeld als maar één lid van het ondernemersgezin een rijbewijs heeft en er bovendien een andere auto voor de deur staat die veel geschikter is voor privé-gebruik dan de bedrijfsauto. [terug naar boven]


Autohandelaren en rijschoolhouders: opgelet
Heeft u een onderneming met veel personenauto's, zoals een garage of een rijschool? Dan zult u voor al uw auto's een gedetailleerde ritten-administratie moeten bijhouden. Anders kan voor iedere auto een bijtelling volgen voor privé-gebruik.

Verkeert u inderdaad in deze situatie, maak dan heldere afspraken met de inspecteur, zowel voor de inkomstenbelasting als voor de omzetbelasting. Houd er rekening mee dat er dan ook gesproken moet worden over het aantal rijbewijzen in uw gezin en het aantal (groene) kentekens in het bedrijf. [terug naar boven]


Tip voor DGA's
Directeuren-grootaandeelhouders hebben wat meer mogelijkheden om te 'schuiven' met een auto dan gewone werknemers. Zo kan het bijvoorbeeld interessant zijn om de BV een nieuwe auto te laten kopen, en deze na een jaar of twee -- als de kop eraf is, zoals dat heet -- over te nemen in privé. Vervolgens kan er dan 28 eurocent per zakelijke kilometer belastingvrij gedeclareerd worden bij de BV.

Het is natuurlijk wel even rekenen om na te gaan wat het voordeligst is, vooral ook omdat er over een eventuele boekwinst (het verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde) met de fiscus moet worden afgerekend. [terug naar boven]


Kwartje van Kok blijft gehandhaafd
CDA, VVD en D66 hebben in het regeerakkoord afgesproken dat het 'kwartje van Kok' (de verhoging van de prijs van een liter benzine met ongeveer 11 eurocent) gehandhaafd blijft. De opbrengst hiervan zal gebruikt worden voor het verbeteren van de infrastructuur. [terug naar boven]


BTW over kilometervergoeding niet meer aftrekbaar
Als een werknemer zijn eigen auto gebruikt voor het werk en daar een kilometervergoeding voor krijgt, dan mocht de werkgever tot 1 oktober 2002 12% BTW over maximaal 28 eurocent per km aftrekken. Het ging daarbij om een forfaitair BTW-bedrag dat in de kilometerprijs verwerkt zou zitten (BTW over brandstof, garagekosten, etc.) Het EG-Hof besliste in 2001 echter dat dit in strijd is met de Zesde BTW-richtlijn. De Staatssecretaris van Financiën heeft daarom met ingang van 1 oktober 2002 het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting zodanig gewijzigd dat het niet meer mogelijk is om BTW op kilometervergoedingen af te trekken.

De werkgever kan als alternatief voor de kilometervergoeding overwegen om zijn werknemers een lease-auto te geven. De BTW is dan aftrekbaar, behalve het deel dat betrekking heeft op het privé-gebruik. [terug naar boven]


BTW-regeling zakelijk en privé
Sinds 1 november 2002 maakt de BTW-regeling onderscheid tussen zakelijk en privé-vermogen. Dat betekent ondermeer dat u moet kiezen tot welk vermogen u uw auto rekent. De gemaakte keuze heeft consequenties voor de BTW-bedragen die u terugkrijgt.

Rekent u de auto tot het privé-vermogen, maar maakt u van de auto zowel privé als zakelijk gebruik (regelmatig of incidenteel) dan kunt u de bij aankoop in rekening gebrachte BTW terugclaimen. Dit is beslist door de Europese rechter (EG-Hof van Justitie). Vervolgens dient er in de loop der tijd een correctie gemaakt te worden voor privé-gebruik. De BTW die begrepen is in latere kosten, zoals garagerekeningen en brandstofkosten, kan eveneens teruggevraagd worden, en wel naar rato van het zakelijk gebruik. Dit zakelijk gebruik mag forfaitair vastgesteld worden op 75% voor personenauto's en 90% voor bestelauto's. Bij verkoop van de auto dient BTW in rekening gebracht te worden.

Rekent u de auto tot het zakelijk vermogen (ondernemingsvermogen), dan bestaat er recht op volledige BTW-teruggaaf bij aankoop en gebruik. Ook hier dient een correctie wegens privé-gebruik toegepast te worden. Bij verkoop of inruil van de auto dient uiteraard BTW in rekening gebracht te worden.

Slechts wanneer u de auto enkel en alleen voor privé-doeleinden gebruikt, mag u de auto niet tot uw ondernemingsvermogen rekenen. De in rekening gebrachte BTW kan niet verrekend worden, en verdere correcties mogen achterwege blijven. Latere verkoop vindt plaats zonder dat BTW in rekening kan worden gebracht. [terug naar boven]


Autokostenforfait behoort tot premie-inkomen WAZ
De privé-bijtelling voor een auto van de zaak moet meegeteld worden bij het bepalen van het inkomen waarover premie voor de WAZ (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen) betaald moet worden. Dit geldt zowel voor directeuren-grootaandeelhouder als voor IB-ondernemers.

Merk op dat de WAZ per 1-1-2004 verdwijnt. [terug naar boven]

 
<< Terug