|
Schuld-aflossing voor PC-privé is geen negatief loon
De aflossing van de schuld voor een PC-privé blijkt niet als
negatief loon te kunnen gelden, en is dus niet aftrekbaar.
Een werknemer had in 1998 met haar werkgever een overeenkomst voor
een PC-privé gesloten. Op grond daarvan moest zij gedurende
drie jaar maandelijks een bedrag betalen aan haar werkgever, waarna
de PC haar eigendom zou worden. Ze vertrok echter al na een jaar
bij haar werkgever, na betaling van een bedrag ineens voor de resterende
termijnen. Ze bracht dit bedrag als negatief loon in aftrek bij
haar aangifte inkomstenbelasting 1999. De inspecteur ging daar niet
mee akkoord en kreeg onlangs gelijk van het Hof Den Haag. Het Hof
vond dat het om de aflossing van een schuld aan de werkgever ging,
en niet om negatief loon.
[terug naar boven]
Navordering wegens ondeugdelijke urenregistratie
Een uitspraak van het Hof Den Bosch heeft opnieuw bevestigd hoe
belangrijk het is om een goede urenadministratie bij te houden,
bij het drijven van een IB-onderneming.
Een belastingplichtige had het met de inspecteur aan de stok over
de uren die zij had gestoken in het geven van taalcursussen en tolk-werkzaamheden
naast haar vaste baan van twintig uur in de week. De inspecteur
stelde in 1999 na een boekenonderzoek vast dat zij over 1997 geen
urenspecificatie had bijgehouden. Hij legde dus een navorderingsaanslag
op omdat hij vond dat de zelfstandigen-aftrek ten onrechte was verleend.
De belastingplichtige ging in beroep bij het Hof Den Bosch, maar
dat vond het urenoverzicht niet gedetailleerd genoeg. Bovendien
vond het Hof dat zij te kwader trouw had gehandeld omdat de inspecteur
haar al in 1996 diverse malen had verzocht om een goede urenregistratie
bij te houden. Daarom handhaafde het Hof de navorderingsaanslag.
[terug naar boven]
Vrijwillig betaalde AOW-premie is niet aftrekbaar
Het basisprincipe van de AOW is dat er 2% per jaar wordt opgebouwd
van je vijftiende tot je vijfenzestigste. Dat gebeurt echter alleen
als je in Nederland woont. Gastarbeiders die pas op latere leeftijd
naar Nederland zijn gekomen (na hun vijftiende) en 'gewone Nederlanders'
die langere tijd in het buitenland hebben gezeten, eindigen dus
met een AOW-gat. Voor elk gemist jaar wordt er 2% op de uitkering
gekort.
In principe is dit oplosbaar door vrijwillig bij te betalen. De
desbetreffende premie is echter niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting,
omdat de AOW een wettelijke sociale verzekering is, en geen levensverzekering.
Aldus het Hof Den Bosch.
[terug naar boven]
Geen heffingsrente bij belegen aangifte
Begin 2001 diende iemand zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 in,
waarbij hij een fors bedrag (EUR 339.595,-) aan winst uit aanmerkelijk
belang opvoerde. De fiscus stelde pas eind 2002 de definitieve aanslag
vast, mét EUR 9.856,- aan heffingsrente. De belastingbetaler
vond dat deze rente alleen zo hoog was opgelopen doordat de fiscus
de aangifte te lang had laten liggen en beklaagde zich hierover
bij de Nationale Ombudsman.
De Ombudsman oordeelde dat de fiscus na ontvangst van de aangifte
binnen drie maanden een definitieve of nieuwe voorlopige aanslag
had moeten opleggen. Hij verwees daarbij naar een besluit van 24
oktober 2001. De klacht van de man was dus gegrond.
Ondanks de gunstige uitspraak van de Ombudsman adviseren we
om toch maar om een (nadere) voorlopige aanslag te verzoeken, als
zo'n situatie zich voordoet. Dat kan een hoop gezeur voorkomen.
[terug naar boven]
Kosten anonieme klusjesman niet aftrekbaar
Iemand liet haar pand verbouwen door twee klusjesmannen. Ze wilde
hun arbeidsloon opvoeren als kostenpost, maar de inspecteur ging
daar niet mee akkoord. Hij vond dat de belastingplichtige deze kosten
niet aannemelijk had gemaakt en niet had voldaan aan de verplichting
om de persoonsgegevens van de klusjesmannen te leveren.
Het Hof Amsterdam vond het ongeloofwaardig dat de vrouw deze gegevens
niet had kunnen achterhalen en was ook niet overtuigd van de juistheid
van het aantal uren en het uurtarief waarvoor de klusjesmannen gewerkt
zouden hebben. Het Hof stelde de inspecteur dus in het gelijk. De
Hoge Raad heeft deze uitspraak onlangs bevestigd.
[terug naar boven]
Factuur-vereisten
Met ingang van 1 januari 2004 worden er strengere eisen aan de
facturering gesteld; zowel voor datgene wat er op de factuur vermeld
moet worden, als voor de zogenaamde uitreikingsplicht. De nieuwe
eisen gelden voor alle EU-landen, en zijn onder andere bedoeld om
fraude tegen te gaan en controles te vergemakkelijken. Hieronder
vatten we de belangrijkste punten voor u samen.
De nieuwe regeling geldt voor alle aan BTW onderworpen ondernemingen
en heeft tot gevolg dat de vormgeving van rekeningen, kassabonnen
en software (denk aan elektronische facturen) dient te worden aangepast.
Let op: ook documenten en berichten die wijzigingen aanbrengen in
bestaande facturen, gelden als een factuur (en moeten dus voldoen
aan de nummering-vereisten, waarover straks meer).
Welke vormen van facturering zijn toegestaan?
Naast de klassieke vorm van facturering, waarbij de leverancier
een papieren rekening uitreikt aan zijn klant, zijn in het nieuwe
systeem ook toegestaan:
- self-billing, waarbij -- met wederzijdse toestemming
-- de klant zelf de factuur opmaakt;
- outsourcing, waarbij een derde partij de facturering
verzorgt;
- periodieke facturering, voor gelijksoortige leveringen of diensten
(bijvoorbeeld in de schoonmaak-branche), mits de periode niet
langer is dan één maand;
- elektronische facturering (mits de afnemer akkoord gaat), bijvoorbeeld
via EDI, of als pdf-bijlage bij een e-mail bericht.
Let op: elektronische facturering is weliswaar toegestaan,
maar het is nog lang niet duidelijk hoe dit precies gaat werken,
met name bij internationale leveringen. Om er zeker van te zijn
dat u uw BTW terugkrijgt, kunt u als afnemer dus beter nog even
weigeren om hieraan mee te werken. Voor alle overige leveringen
(ook binnenslands) geldt dat u het beste even kunt overleggen met
de belastingdienst, voor u eraan begint.
Wie moeten een factuur krijgen?
Bij elke levering hoort een factuur. Bedrijven die tot nu toe alleen
facturen uitreikten aan andere bedrijven, maar tevens zaken doen
met particulieren of andere niet-BTW-plichtige instanties, moeten
ook aan die laatsten een factuur geven (om zwarte inkopen tegen
te gaan). En vergeet niet de vooruitbetalingen van andere ondernemers
of rechtspersonen (al of niet BTW-plichtig) te bevestigen met een
factuur.
Wat moet er op een factuur staan?
De bestaande elementen blijven gehandhaafd:
- de datum waarop de factuur is aangemaakt;
- het factuurnummer;
- de NAW-gegevens van de leverancier en de ondernemer;
- een omschrijving van de geleverde goederen of diensten;
- de datum waarop de levering plaatsvond of de dienst werd verricht;
- de prijzen van de geleverde goederen of diensten;
- het BTW-bedrag in euro's.
Daarnaast worden de volgende elementen verplicht:
- het BTW-identificatienummer van de afzender;
- vermelding BTW-vrijstelling (indien van toepassing);
- vermelding marge-regeling voor gebruikte goederen (indien van
toepassing);
- vermelding fiscaal vertegenwoordiger met naam en BTW-id-nummer
(als er sprake is van een tussenpersoon bij internationale leveringen);
- vermelding data van vooruitbetalingen (indien van toepassing);
- vermelding toepassing verleggingsregeling en BTW-id-nummer van
de afnemer (als de BTW-heffing verlegd is naar de afnemer);
- specificatie van vergoeding, eenheidsprijs en kortingen (om
optimaal inzicht te geven in de opbouw van het BTW-bedrag).
Hoe moeten facturen genummerd worden?
Op dit moment bestaat alleen de wettelijke verplichting om elke
factuur een nummer te geven. Deze eis wordt aangevuld met de verplichting
om facturen te nummeren volgens een oplopende reeks.
Aangezien er geen gaten in de reeks mogen zitten, moeten facturen
dus altijd uitgereikt worden. Eventuele correcties moeten met aparte
facturen gerealiseerd worden. Bijvoorbeeld een credit-factuur om
het hele bedrag op nul te stellen, plus een nieuwe factuur met het
juiste bedrag.
[terug naar boven]
Werknemer houdt recht op loon, ook na schorsing
Een werknemer die op non-actief is gesteld heeft nog steeds recht
op loon. Dat geldt ook als deze zich ernstig heeft misdragen en
de schorsing aan zichzelf te wijten heeft, zo heeft de Hoge Raad
onlangs bepaald.
De schorsing van een werknemer behoort volgens de Hoge Raad tot
de bedrijfsrisico's. De verplichting om het loon door te betalen
bestaat niet als de doorbetaling schriftelijk is uitgesloten door
beide partijen. Een dergelijke uitsluiting is echter alleen toegestaan
voor de eerste zes maanden van het arbeidscontract.
[terug naar boven]
Betere bescherming voor particuliere woningkoper
Sinds 1 september is de Wet Koop onroerende zaken van kracht. Een
particulier die een woning koopt, heeft voortaan drie dagen bedenktijd
vanaf het moment van ontvangst van het door beide partijen ondertekende
koopcontract. De koper kan deze termijn gebruiken om zich nog eens
te beraden over de koop en mag er dan alsnog zonder boete van afzien.
Koper en verkoper kunnen ook een langere bedenktijd overeenkomen.
Nieuw is ook dat de koop van een woning voortaan schriftelijk moet
worden vastgelegd om rechtsgeldig te zijn. Mondelinge overeenkomsten
gelden niet meer.
Verder kan een particulier niet meer worden verplicht tot vooruitbetaling
van de koopprijs. Wel kan de eis worden gesteld om 10% van de koopprijs
in depot te storten bij de notaris of een waarborg voor dat bedrag
af te geven. Dat geldt ook voor particuliere kopers van nieuwbouwwoningen.
Deze kopers kunnen bovendien 5% inhouden op de laatste termijn van
de aanneemsom en in depot storten bij een notaris, met het oog op
gebreken die later pas aan het licht komen. De aannemer ontvangt
dit bedrag drie maanden na de oplevering, tenzij de koper het depot
wil handhaven omdat nog niet alle gebreken zijn verholpen.
[terug naar boven]
Nieuwe regels voor pensioengevend loon
Als een werknemer in de periode van tien jaar voor de pensioendatum
in deeltijd gaat werken (minstens de helft van de voltijdsfunctie)
of een lagere functie (demotie) accepteert, dan mag bij de vaststelling
van het pensioengevend loon een loonsverlaging buiten beschouwing
blijven. Bij demotie mag het pensioengevend loon binnen de tienjaarsperiode
verhoogd worden met de loonindex van de bedrijfstak. Bij een deeltijdfunctie
mag dit loon evenredig verhoogd worden met de loonindex en het mag
worden aangepast aan de loopbaanontwikkeling.
Bij werknemers die in deeltijd gaan werken vóór de tienjaarsperiode
is het pensioengevend loon het feitelijk genoten deeltijdsalaris.
Dat bepaalt de hoogte van de maximaal aanvaardbare pensioenaanspraken.
Het totaal van de opgebouwde aanspraken zal meestal hoger zijn dan
dit maximum. Dat vindt de staatssecretaris ongewenst en onredelijk.
Hij heeft daarom besloten dat voor de toetsing van de hoogte van
de fiscaal maximaal aanvaardbare pensioenaanspraken het feitelijk
pensioengevend loon op de pensioendatum door middel van een gewogen
deeltijdfactor wordt herberekend naar een hoger aanvaardbaar pensioengevend
loon.
[terug naar boven]
|