::  Home  ::  Nieuwsbrief  ::  Archief  ::  Juli 2003


       

 
Nieuwsbrief - 7-2003
Permanente bereikbaarheid onbruikbaar voor zelfstandigenaftrek BTW bij verkoop deelneming tóch aftrekbaar
Regels voor geruisloze terugkeer uit BV verduidelijkt Ook voorbereidingsuren tellen mee bij scholingsaftrek
Nieuwe regels voor 'een beetje bijklussen' Werkgever mag cursus voor Rijbewijs E soms vergoeden
Kleding van werkgever is loon Rechter eist minimumloon voor 13- en 14-jarigen

Betalingsonmacht mag telefonisch worden gemeld Ook accountants moeten ongebruikelijke transacties gaan melden

 


Permanente bereikbaarheid onbruikbaar voor zelfstandigenaftrek
Iemand dreef naast zijn betrekking in loondienst ook een eigen onderneming. Hij claimde daarvoor zelfstandigenaftrek bij zijn IB-aangifte over 2000. De inspecteur wees dat af, omdat de man niet had aangetoond dat hij had voldaan aan het urencriterium. Het urencriterium houdt in dat iemand minimaal 1.225 uur per jaar gewerkt moet hebben in de eigen onderneming.

De man ging in beroep omdat hij vond dat hij wel degelijk aan het criterium had voldaan. Hij was namelijk dag en nacht beschikbaar geweest voor zijn onderneming.

Het Hof Arnhem stelde de (halve) ondernemer in het ongelijk, omdat het feitelijk drijven van een onderneming meer inhoudt dan louter beschikbaar zijn. [terug naar boven]


Regels voor geruisloze terugkeer uit BV verduidelijkt
Een BV of een NV kan zonder directe belastingheffing terugkeren naar een eenmanszaak of vennootschap onder firma. Bij zo'n fiscaal geruisloze terugkeer wordt de gecombineerde claim van vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting omgezet in een enkelvoudige inkomstenbelastingclaim die tot uitdrukking komt in de zogeheten terugkeerreserve.

Zo'n geruisloze terugkeer was al langer mogelijk, maar de voorwaarden waaronder dat mag gebeuren waren nog niet helemaal duidelijk. Onlangs heeft de staatssecretaris ze daarom nader uitgewerkt. Het resultaat vindt u op de website van het ministerie van Financiën: www.minfin.nl. [terug naar boven]


Nieuwe regels voor 'een beetje bijklussen'
Bent u een belastingplichtige – meestal in loondienst – met bescheiden inkomsten uit 'overige werkzaamheden', zoals lezingen geven, artikelen schrijven, of een beetje bijverdienen als gastouder of overblijfmoeder? Dan bent u een zogenaamde resultaatgenieter en mag u sinds 1 januari 2003 het zogenaamde kasstelsel hanteren.

Het kasstelsel houdt in dat u pas belasting hoeft te betalen als het geld daadwerkelijk binnen is. Dit in tegenstelling tot het zogenaamde factuurstelsel, waarbij de belastingplicht al ontstaat op het moment dat u uw diensten heeft verricht, onafhankelijk van het moment dat ze betaald worden.

Let op: als u bijvoorbeeld een bedrijfspand verhuurt of geld uitleent aan uw BV, wordt u aangemerkt als terbeschikkingsteller. In dat geval mag het kasstelsel niet worden toegepast. [terug naar boven]


Kleding van werkgever is loon
Een transport- en expeditiebedrijf verstrekt aan zijn werknemers spijkerbroeken, sweaters, jacks en jassen, voorzien van een logo ter grootte van het visitekaartje van het bedrijf. Deze kleding moeten de werknemers dragen tijdens hun werk. Mag deze kleding onbelast ter beschikking worden gesteld? Nee, zei de inspecteur.

Het Hof Amsterdam was het eens met de inspecteur, omdat zulke kleding ook buiten werktijd gedragen kan worden. Bij een bescheiden logo is er geen sprake van een uniform dat derden met het bedrijf associëren, zoals dat bijvoorbeeld wél het geval is bij NS-kleding. Om als bedrijfskleding te gelden moet het gebruikte logo een oppervlakte hebben van 70 cm2 of meer.

Het Hof vond daarom dat de winkelwaarde van de kleding bij het loon moest worden opgeteld.

Bijtelling kan worden voorkomen door de kleding fysiek op het bedrijf te laten. [terug naar boven]


Betalingsonmacht mag telefonisch worden gemeld
Als een vennootschap niet meer kan voldoen aan haar fiscale verplichtingen, dan moet dat direct aan de fiscus worden gemeld. Doet de vennootschap dat niet, dan kunnen de bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor deze schulden, wegens 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. De vraag is echter: wat is 'direct melden'?

Een bestuurder van een BV werd persoonlijk aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van de BV, hoewel zijn administrateur de betalingsonmacht telefonisch had gemeld bij de fiscus. Volgens de ontvanger stond de 'Leidraad invordering' telefonisch melden niet toe. Het Hof Leeuwarden verklaarde deze bepaling in de Leidraad echter ongeldig, op basis van de Invorderingswet.

De Invorderingswet bevat geen nadere regels over de manier waarop betalingsonmacht moet worden gemeld. Bovendien bleek uit een schriftelijke reactie van de fiscus aan de vennootschap dat de telefonische mededeling bekend was bij de fiscus. Het Hof vond daarom dat de betalingsonmacht correct was gemeld, zodat de bestuurder niet zelf aansprakelijk was voor de schulden.

Conclusie: bellen is dus toegestaan, maar u staat wel sterker als er iets op schrift staat. [terug naar boven]


BTW bij verkoop deelneming tóch aftrekbaar
Over de verkoop van aandelen wordt geen BTW geheven. Daarom is de BTW over de bijbehorende kosten, zoals advieskosten en juridische kosten, ook niet aftrekbaar. De Hoge Raad heeft echter een uitzondering gemaakt op dit principe.

De zaak betrof een moedermaatschappij met een deelneming in een BV. Voor deze deelneming verrichtte de moedermaatschappij management-diensten, waarvoor de BV een vergoeding (met BTW) betaalde. Vervolgens liet de moedermaatschappij de deelneming verkopen door een bank, die hiervoor een fee in rekening bracht, vermeerderd met BTW. De inspecteur ging er niet mee akkoord dat de moedermaatschappij deze BTW aftrok en het Hof Den Haag gaf hem gelijk. De Hoge Raad vond echter dat de BTW wel degelijk aftrekbaar was, al werd er niet bijgezegd in welke mate.

De Hoge Raad erkende dat het verwerven, houden en verkopen van aandelen geen economische activiteit is die onder de BTW-regels valt, maar vond dat dat anders ligt bij directe of indirecte inmenging in het beheer van een vennootschap waarin wordt deelgenomen. Zo'n inmenging brengt belastbare handelingen met zich mee, zoals het verrichten van administratieve diensten, boekhoudkundige diensten en IT-diensten, die wel degelijk als economische activiteit voor de omzetbelasting te beschouwen zijn (en dus onderworpen aan de BTW).

De management-werkzaamheden van de moedermaatschappij golden volgens de Hoge Raad als een dergelijke inmenging. Dat betekende dat de kosten van de verkoop van aandelen in dit geval 'algemene kosten van de onderneming' waren en dat er wel degelijk recht op aftrek voor de omzetbelasting bestond. De vraag hoeveel de moedermaatschappij uiteindelijk mocht aftrekken, verwees de Hoge Raad terug naar een lagere rechter. [terug naar boven]


Ook voorbereidingsuren tellen mee bij scholingsaftrek
Het Hof Den Bosch heeft de voorwaarden voor scholingsaftrek wat ruimer uitgelegd dan tot voor kort gebruikelijk was. Onder arbeidskosten van eigen medewerkers die scholing verzorgen, vallen volgens het Hof niet alleen de lesuren zelf, maar ook de uren die ze besteden aan de voorbereiding van de lessen. De uitleg van de staatssecretaris dat de voorbereidingstijd niet meetelt bij de scholingsaftrek, is in strijd met de wet, vindt het Hof.

De zaak was aangespannen door een accountantskantoor dat bij de aftrek van de scholingskosten alle voorbereidingsuren van de interne docenten had opgevoerd. [terug naar boven]


Werkgever mag cursus voor Rijbewijs E soms vergoeden
Vroeger kreeg je Rijbewijs BE als je een gewoon rijexamen deed, maar tegenwoordig is deel E (rijden met zware aanhangwagens) daarvan losgekoppeld. Sommige beroepen vereisen echter wel zo'n extra aantekening. Zijn de kosten om die aantekening te verkrijgen belastingvrij te vergoeden door de werkgever? Soms.

De kosten van een cursus voor Deel E van het rijbewijs mogen belastingvrij vergoed worden door de werkgever, als de werknemer dit rijbewijs nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Dit heeft de fiscus onlangs bekendgemaakt in een besluit.

Het gewone Rijbewijs B kan niet belastingvrij vergoed worden vanwege het privé-voordeel dat je daarvan geniet. [terug naar boven]


Rechter eist minimumloon voor 13- en 14-jarigen
De Nederlandse overheid moet binnen anderhalf jaar een wettelijk minimumloon instellen voor jongeren van 13 en 14 jaar. Dat heeft de rechter beslist naar aanleiding van een rechtszaak die de vakcentrale FNV en de CNV Jongerenorganisatie hadden aangespannen.

Minister De Geus (Sociale Zaken) gaat in beroep tegen deze beslissing. Volgens hem is de arbeidsmarkt voor 13- en 14-jarigen 'in principe gesloten' en is er daarom geen minimumloon nodig.

Hoewel er tot nu toe nog geen minimumloon voor 13- en 14-jarigen geldt, mag deze groep sinds 1996 wel werken, zij het onder strikte voorwaarden. Het ministerie van Sociale Zaken heeft een wettelijk minimumloon voor jongeren onder de 15 jaar altijd tegengehouden, omdat men bang is dat dit opgevat kan worden als een aanmoediging om te gaan werken.

De regels voor 13- en 14-jarigen zijn als volgt:

  • basisprincipe: alleen 'niet industriële hulp-arbeid van lichte aard';
  • maximale werktijd: 12 uur per week (op schooldagen maximaal 2 uur en op zaterdag maximaal 6 uur);
  • werktijden: geen nachtdiensten, geen zondagsdiensten, niet na 7 uur 's avonds, en niet voor 8 uur 's morgens;
  • wel toegestaan: vakken vullen, oppassen, auto's wassen, folders en huis-aan-huisbladen rondbrengen, bollen pellen;
  • niet toegestaan: kassawerk, zwaar werk, en industriële arbeid.
  • in de vakantieperiode: maximaal 35 uur per week, gedurende maximaal 4 weken, waarvan 3 weken achtereen.

Voor 15-jarigen zijn de voorwaarden iets soepeler:

  • maximale werktijd: op zaterdag mag 8 uur gewerkt worden;
  • werktijden: tijdens de schoolweek mag 's ochtends begonnen worden om 7 uur (bij het bezorgen van een ochtendkrant zelfs om 6 uur);
  • in de vakantieperiode: maximaal 40 uur per week, gedurende 6 weken, waarvan 4 weken achtereen.

Heeft u zelf een kind dat (een beetje) werkt? Pas dan wel op dat uw kinderbijslag niet in gevaar komt. [terug naar boven]


Ook accountants moeten ongebruikelijke transacties gaan melden
De wet Melding Ongebruikelijke Transacties (MOT) wordt per 1 juni 2003 aanzienlijk uitgebreid. Ook accountants en belastingadviseurs hebben vanaf die datum de plicht om ongebruikelijke transacties te melden aan de overheid. Zij moeten transacties boven EUR 15.000,- melden als deze contant of met cheques aan toonder betaald worden. Melding is ook verplicht bij een vermoeden van witwassen van geld, of als een klant bewust net iets minder dan EUR 15.000,- contant betaalt of meerdere keren contante bedragen betaalt die samen boven EUR 15.000,- uitkomen.

De uitbreiding van de wet MOT is het gevolg van Europese regelgeving en heeft ook gevolgen voor advocaten, notarissen, casino's en handelaren in goederen van grote waarde. [terug naar boven]

 
<< Terug