::  Home  ::  Nieuwsbrief  ::  Archief  ::  Maart 2003


       

 
Nieuwsbrief - 3-2003
Spaarloonregeling gedeeltelijk gehandhaafd Hoe denkt de fiscus over gouden-handdruk-polissen?
OZB-aanslag pas mogelijk na WOZ-beschikking Nieuwe loongrenzen voor de verplichte ziekenfondsverzekering
Regels voor bijtelling bestelauto verduidelijkt Betalingsonmacht altijd melden
Afdrachtsverminderingen ongunstig voor kleine bedrijven Schadevergoeding bij burn-out heeft verstrekkende consequenties

Dagvergoeding verblijfkosten eigen rijders Alimentatie verhoogd met 3,9%

 


Spaarloonregeling gedeeltelijk gehandhaafd
De spaarloonregeling blijft uiteindelijk tóch bestaan, zij het wat minder ruimhartig dan voorheen. Werknemers mogen vanaf 2003 maximaal EUR 613,- van hun brutoloon inleggen (was EUR 788,-). Let op: de spaartegoeden over de jaren 1999 en 2000 zijn per 1 januari 2003 vrijgevallen (dus niet alleen de tegoeden uit 1998).

Het premiespaarloon en de premiewinstdelingsregeling zijn wél definitief afgeschaft. In verband hiermee zijn de spaartegoeden uit deze regelingen over de jaren 1999, 2000 en 2001 per 1 januari 2003 vrijgevallen. De tegoeden uit 2002 vallen vrij op 1 januari 2004. [terug naar boven]


OZB-aanslag pas mogelijk na WOZ-beschikking
Gemeenten mogen alleen een aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) opleggen als zij de eigenaar/bewoner een beschikking over de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) hebben gestuurd.

De waarde van een woning is formeel pas vastgesteld als de eigenaar/bewoner de WOZ-beschikking in zijn bezit heeft. De gemeente mag daar alleen van afwijken als er een goede reden bestaat om de aanslag eerder dan de beschikking te sturen, zo heeft het Hof Amsterdam onlangs bepaald. In de zaak die het Hof beoordeelde, was die reden er niet. Dat de gemeente lange tijd het nieuwe adres van de betrokkene niet kende, deed er niet toe; de gemeente had de beschikking dan gewoon eerder of gelijk met de aanslag kunnen versturen. [terug naar boven]


Regels voor bijtelling bestelauto verduidelijkt
De bijtelling voor bestelauto's bedraagt sinds 1 januari 2002 10% van de cataloguswaarde. Als zo'n bestelauto buiten het woon-werkverkeer niet privé wordt gebruikt, kan de bijtelling worden teruggebracht tot 2,5% (en als het privé-gebruik binnen het woon-werkverkeer onder de 500 km blijft, zelfs nog verder, namelijk tot 0%).

De bewijslast voor de mate van privé-gebruik ligt bij de belastingplichtige. De vraag is dus: wat is aanvaardbaar bewijs en wat niet? Daarover heeft de staatssecretaris van Financiën onlangs duidelijkheid geschapen.

Wel aanvaardbaar zijn de volgende vormen van bewijs:

  • de werknemer kan een sluitende kilometeradministratie bijhouden door bij zijn agenda kopieën te bewaren van de maandstaten die hij bij zijn werkgever inlevert;
  • werkgever en werknemer kunnen schriftelijk overeenkomen dat privé-gebruik niet is toegestaan en dat de werkgever betrouwbare controle uitoefent op het autogebruik, bijvoorbeeld door black-box registraties, werkroosters, vakantie-overzichten, ziekte- en verlofstaten, garagenota's, schaderapporten en bekeuringen. Een model voor zo'n overeenkomst vindt u op http://www.minfin.nl.

De volgende vormen van 'bewijs' zijn onvoldoende:

  • als de werkgever en de werknemer een schriftelijke overeenkomst hebben gesloten dat privé-gebruik van de bestelauto verboden is, zonder afdoende controle daarop. Het noemen van sancties op privé-gebruik is onvoldoende;
  • als een werknemer een gespecificeerde schatting geeft van het zakelijk gebruik en het woon-werkverkeer;
  • als een werknemer een vereenvoudigde rittenadministratie (overzicht van privé-ritten en het totaal aantal zakelijke kilometers) bijhoudt, zoals tot 2001 was toegestaan.

Als de werkgever en de werknemer één persoon zijn, zoals bij veel directeuren-grootaandeelhouders het geval is, zal de inspecteur een deugdelijke kilometeradministratie eisen. [terug naar boven]


Afdrachtsverminderingen ongunstig voor kleine bedrijven
Omdat afdrachtsverminderingen (bijvoorbeeld voor lage lonen en langdurig werklozen) niet kunnen leiden tot een negatieve aangifte, komen kleine werkgevers vaak niet voor volledige vermindering in aanmerking. De Tweede Kamer heeft gekeken of kleine werkgevers daardoor niet gediscrimineerd worden ten opzichte van grote bedrijven, maar ziet geen reden om de regels aan te passen.

Tip: bedragen die niet volledig verrekend kunnen worden, kunnen altijd doorgeschoven worden naar een volgend tijdvak om daar alsnog verrekend te worden. U mag blijven doorschuiven zo lang u wilt. [terug naar boven]


Dagvergoeding verblijfkosten eigen rijders
Transportondernemers die meerdaagse internationale ritten maken, mogen standaard een bedrag van EUR 25,- per gereden dag als verblijfkosten ten laste van hun winst brengen. Meerdaagse internationale ritten zijn ritten van meer dan 24 uur, waarvan de verste bestemming buiten Nederland ligt. Het aantal gereden dagen moet door de transporteurs aannemelijk worden gemaakt met tachograaf-gegevens, facturen, en rittenstaten, waarbij de aankomst- en vertrekdag elk voor de helft meetellen. Als een transporteur aannemelijk kan maken dat de verblijfkosten hoger zijn dan EUR 25,- per dag, mag hij de werkelijke kosten ten laste van de winst brengen.

De nieuwe regeling geldt ook voor transportondernemers die vanuit een of meer plaatsen die meer dan 50 km van hun woonadres verwijderd zijn, internationale ritten maken van minder dan 24 uur. Daarvoor geldt wel als voorwaarde dat de ritten op aaneengesloten dagen plaatsvinden en dat het traject van elke rit volledig buiten de cirkel van 50 km rond het woonadres van de transporteur ligt.

De staatssecretaris van Financiën heeft de regeling in laten gaan vanaf het belastingjaar 2002. Het bedrag van EUR 25,- per dag wordt jaarlijks geïndexeerd. [terug naar boven]


Hoe denkt de fiscus over gouden-handdruk-polissen?
Je hoort ze bijna elke dag: radio-reclames van financiële dienstverleners die gouden handdrukken kunnen omtoveren in gouden bergen. Het basisprincipe van dat soort polissen is dat de gouden handdruk na ontslag, die normaal tegen het progressieve tarief belast is, wordt omgezet in een stamrecht (recht op periodieke uitkeringen). Zo'n stamrecht is volledig vrijgesteld van belasting; alleen de uitkeringen zijn belast. In veel gevallen is dat voordelig, omdat belastingheffing over de afzonderlijke uitkeringen vaak lager is dan de heffing over de gouden handdruk zelf.

Over dit soort gouden-handdruk-polissen bestond tot voor kort nogal wat onduidelijkheid, maar de staatssecretaris van Financiën heeft daar onlangs helderheid over geschapen:

  • een werknemer hoeft geen toestemming aan de inspecteur te vragen om de stamrechtvrijstelling toe te passen als hij aan alle voorwaarden voldoet. Als de werkgever of werknemer zekerheid wil hebben of de vrijstelling toepasbaar is, kan de inspecteur natuurlijk wel helpen;
  • de stamrechtuitkeringen moeten periodiek plaatsvinden, maar de hoogte en de intervallen hoeven, anders dan bij lijfrente-uitkeringen, niet altijd gelijk te zijn. Bij het ingaan van de uitbetalingstermijnen kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat die kunnen wijzigen, afhankelijk van de hoogte van de te verwachten sociale uitkeringen;
  • de werkgever mag de koopsom voor een stamrecht storten op een geblokkeerde derdenrekening bij een advocaat of een notaris. Daarna heeft de werknemer drie maanden de tijd om een stamrecht-BV op te richten of een verantwoorde keuze te maken tussen verzekeraars. Als het bedrag niet volledig gebruikt wordt voor de aankoop van een stamrecht, moet de advocaat of de notaris loonbelasting betalen over het niet gebruikte gedeelte. [terug naar boven]

Nieuwe loongrenzen voor de verplichte ziekenfondsverzekering
De inkomensgrenzen voor de verplichte ziekenfondsverzekering zijn verhoogd met 3,3%.

De nieuwe ziekenfondsgrenzen zijn nu als volgt:

  • werknemers onder de 65: EUR 31.750,- per jaar (was: EUR 30.700,-);
  • personen van 65 en ouder: EUR 20.200,- per jaar (was: EUR 19.550,-);
  • zelfstandigen onder de 65: EUR 20.250,- per jaar (was: EUR 19.650,-);
  • het maximum premiedagloon waarover ZFW-premies worden geheven, bedraagt EUR 111,- (was: EUR 108,-). [terug naar boven]

Betalingsonmacht altijd melden
Een bedrijf dat surseance van betaling heeft gekregen, moet dit altijd nog apart melden aan de belastingdienst. Anders kunnen de bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden.

Dat blijkt uit het geval van een BV die na een surseance zijn naheffingsaanslagen niet betaalde. De fiscus stelde vervolgens de bestuurder van de BV aansprakelijk, omdat die de betalingsonmacht niet tijdig had gemeld. Het feit dat de surseance gepubliceerd was in de Staatscourant en in een dagblad, deed volgens de Rechtbank in Almelo niet ter zake. De betalingsonmacht had ook nog apart gemeld moeten worden aan de belastingdienst. [terug naar boven]


Schadevergoeding bij burn-out heeft verstrekkende consequenties
Zoals u in de kranten heeft kunnen lezen, moest een bedrijf EUR 80.000,- vergoeden aan een werknemer met burn-out verschijnselen. Ze moest zo vaak overwerken dat ze uiteindelijk instortte, en zelfs tóen werd ze nog lastig gevallen met werk. Het is voor het eerst dat het Bureau Beroepsziekten van de FNV, dat bemiddelde voor de vrouw, een vergoeding loskreeg wegens overbelasting.

Volgens deskundigen betekent dit een doorbraak voor burn-out patiënten. De rechter heeft zich nog nooit uitgesproken over de vraag of werkgevers aansprakelijk zijn voor burn-out van hun werknemers. Dat zal binnenkort wel gebeuren, verwacht de FNV, omdat het bureau nóg dertien werkgevers aansprakelijk heeft gesteld voor het ontstaan van burn-out bij werknemers. Daarnaast zijn er nog tientallen zaken in voorbereiding. De claims belopen in totaal zo'n EUR 1.000.000,-.

Het FNV-bureau verwacht ook een toename van claims van werknemers met burn-out door de veranderingen in de WAO-regelgeving. Door die veranderingen zullen minder psychisch arbeidsongeschikten een WAO-uitkering krijgen, en zullen ze eerder terugvallen in de bijstand of de WW. Dat betekent dat de financiële schade voor hen aanzienlijk toeneemt (waarna die schade weer geclaimd kan gaan worden bij de werkgever).

Let op: in principe moet de werkgever loonbelasting en premies over het uitgekeerde bedrag inhouden. De enige situatie waarin dat niet hoeft, is wanneer de uitkering wordt omgezet in een goedgekeurd stamrecht. De belastingdienst verleent alleen goedkeuring bij gederfd loon. [terug naar boven]


Alimentatie verhoogd met 3,9%
De uitkeringen voor levensonderhoud (alimentatie) zijn per 1 januari 2003 automatisch met 3,9% verhoogd. Dat geldt voor alle alimentaties, of ze nu door de rechter zijn vastgesteld of door de partijen onderling zijn overeengekomen. Het percentage moet worden toegepast op het uitkeringsbedrag dat bestond op 31 december 2002.

De rechter kan afwijken van deze algemene indexeringsregeling als deze onredelijk zou uitpakken, bijvoorbeeld omdat het inkomen van de alimentatiebetaler niet meegroeit met het loon- en prijspeil.

De wettelijke verhoging is niet van kracht als de rechter of de partijen zelf de hoogte van de alimentatie (voor 1 januari 1973) mede afhankelijk hebben gemaakt van de ontwikkeling van het inkomens-, loon- of prijspeil. Voor deze alimentaties blijven de oude regelingen van toepassing. [terug naar boven]

 
<< Terug