|
Spaarloonregeling gedeeltelijk gehandhaafd
De spaarloonregeling blijft uiteindelijk tóch bestaan,
zij het wat minder ruimhartig dan voorheen. Werknemers mogen vanaf
2003 maximaal EUR 613,- van hun brutoloon inleggen (was EUR 788,-).
Let op: de spaartegoeden over de jaren 1999 en 2000 zijn per 1 januari
2003 vrijgevallen (dus niet alleen de tegoeden uit 1998).
Het premiespaarloon en de premiewinstdelingsregeling zijn wél
definitief afgeschaft. In verband hiermee zijn de spaartegoeden
uit deze regelingen over de jaren 1999, 2000 en 2001 per 1 januari
2003 vrijgevallen. De tegoeden uit 2002 vallen vrij op 1 januari
2004. [terug naar boven]
OZB-aanslag pas mogelijk na WOZ-beschikking
Gemeenten mogen alleen een aanslag onroerendezaakbelastingen
(OZB) opleggen als zij de eigenaar/bewoner een beschikking over
de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) hebben gestuurd.
De waarde van een woning is formeel pas vastgesteld als de eigenaar/bewoner
de WOZ-beschikking in zijn bezit heeft. De gemeente mag daar alleen
van afwijken als er een goede reden bestaat om de aanslag eerder
dan de beschikking te sturen, zo heeft het Hof Amsterdam onlangs
bepaald. In de zaak die het Hof beoordeelde, was die reden er niet.
Dat de gemeente lange tijd het nieuwe adres van de betrokkene niet
kende, deed er niet toe; de gemeente had de beschikking dan gewoon
eerder of gelijk met de aanslag kunnen versturen. [terug
naar boven]
Regels voor bijtelling bestelauto
verduidelijkt
De bijtelling voor bestelauto's bedraagt sinds 1 januari
2002 10% van de cataloguswaarde. Als zo'n bestelauto buiten het
woon-werkverkeer niet privé wordt gebruikt, kan de bijtelling
worden teruggebracht tot 2,5% (en als het privé-gebruik binnen
het woon-werkverkeer onder de 500 km blijft, zelfs nog verder, namelijk
tot 0%).
De bewijslast voor de mate van privé-gebruik ligt bij de
belastingplichtige. De vraag is dus: wat is aanvaardbaar bewijs
en wat niet? Daarover heeft de staatssecretaris van Financiën
onlangs duidelijkheid geschapen.
Wel aanvaardbaar zijn de volgende vormen van bewijs:
- de werknemer kan een sluitende kilometeradministratie bijhouden
door bij zijn agenda kopieën te bewaren van de maandstaten
die hij bij zijn werkgever inlevert;
- werkgever en werknemer kunnen schriftelijk overeenkomen dat
privé-gebruik niet is toegestaan en dat de werkgever betrouwbare
controle uitoefent op het autogebruik, bijvoorbeeld door black-box
registraties, werkroosters, vakantie-overzichten, ziekte- en verlofstaten,
garagenota's, schaderapporten en bekeuringen. Een model voor zo'n
overeenkomst vindt u op http://www.minfin.nl.
De volgende vormen van 'bewijs' zijn onvoldoende:
- als de werkgever en de werknemer een schriftelijke overeenkomst
hebben gesloten dat privé-gebruik van de bestelauto verboden
is, zonder afdoende controle daarop. Het noemen van sancties op
privé-gebruik is onvoldoende;
- als een werknemer een gespecificeerde schatting geeft van het
zakelijk gebruik en het woon-werkverkeer;
- als een werknemer een vereenvoudigde rittenadministratie (overzicht
van privé-ritten en het totaal aantal zakelijke kilometers)
bijhoudt, zoals tot 2001 was toegestaan.
Als de werkgever en de werknemer één persoon zijn,
zoals bij veel directeuren-grootaandeelhouders het geval is, zal
de inspecteur een deugdelijke kilometeradministratie eisen. [terug
naar boven]
Afdrachtsverminderingen ongunstig
voor kleine bedrijven
Omdat afdrachtsverminderingen (bijvoorbeeld voor lage
lonen en langdurig werklozen) niet kunnen leiden tot een negatieve
aangifte, komen kleine werkgevers vaak niet voor volledige vermindering
in aanmerking. De Tweede Kamer heeft gekeken of kleine werkgevers
daardoor niet gediscrimineerd worden ten opzichte van grote bedrijven,
maar ziet geen reden om de regels aan te passen.
Tip: bedragen die niet volledig verrekend kunnen
worden, kunnen altijd doorgeschoven worden naar een volgend tijdvak
om daar alsnog verrekend te worden. U mag blijven doorschuiven zo
lang u wilt. [terug naar boven]
Dagvergoeding verblijfkosten eigen
rijders
Transportondernemers die meerdaagse internationale ritten
maken, mogen standaard een bedrag van EUR 25,- per gereden dag als
verblijfkosten ten laste van hun winst brengen. Meerdaagse internationale
ritten zijn ritten van meer dan 24 uur, waarvan de verste bestemming
buiten Nederland ligt. Het aantal gereden dagen moet door de transporteurs
aannemelijk worden gemaakt met tachograaf-gegevens, facturen, en
rittenstaten, waarbij de aankomst- en vertrekdag elk voor de helft
meetellen. Als een transporteur aannemelijk kan maken dat de verblijfkosten
hoger zijn dan EUR 25,- per dag, mag hij de werkelijke kosten ten
laste van de winst brengen.
De nieuwe regeling geldt ook voor transportondernemers die vanuit
een of meer plaatsen die meer dan 50 km van hun woonadres verwijderd
zijn, internationale ritten maken van minder dan 24 uur. Daarvoor
geldt wel als voorwaarde dat de ritten op aaneengesloten dagen plaatsvinden
en dat het traject van elke rit volledig buiten de cirkel van 50
km rond het woonadres van de transporteur ligt.
De staatssecretaris van Financiën heeft de regeling in laten
gaan vanaf het belastingjaar 2002. Het bedrag van EUR 25,- per dag
wordt jaarlijks geïndexeerd. [terug naar boven]
Hoe denkt de fiscus over gouden-handdruk-polissen?
Je hoort ze bijna elke dag: radio-reclames van financiële
dienstverleners die gouden handdrukken kunnen omtoveren in gouden
bergen. Het basisprincipe van dat soort polissen is dat de gouden
handdruk na ontslag, die normaal tegen het progressieve tarief belast
is, wordt omgezet in een stamrecht (recht op periodieke uitkeringen).
Zo'n stamrecht is volledig vrijgesteld van belasting; alleen de
uitkeringen zijn belast. In veel gevallen is dat voordelig, omdat
belastingheffing over de afzonderlijke uitkeringen vaak lager is
dan de heffing over de gouden handdruk zelf.
Over dit soort gouden-handdruk-polissen bestond tot voor kort
nogal wat onduidelijkheid, maar de staatssecretaris van Financiën
heeft daar onlangs helderheid over geschapen:
- een werknemer hoeft geen toestemming aan de inspecteur te vragen
om de stamrechtvrijstelling toe te passen als hij aan alle voorwaarden
voldoet. Als de werkgever of werknemer zekerheid wil hebben of
de vrijstelling toepasbaar is, kan de inspecteur natuurlijk wel
helpen;
- de stamrechtuitkeringen moeten periodiek plaatsvinden, maar
de hoogte en de intervallen hoeven, anders dan bij lijfrente-uitkeringen,
niet altijd gelijk te zijn. Bij het ingaan van de uitbetalingstermijnen
kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat die kunnen wijzigen, afhankelijk
van de hoogte van de te verwachten sociale uitkeringen;
- de werkgever mag de koopsom voor een stamrecht storten op een
geblokkeerde derdenrekening bij een advocaat of een notaris. Daarna
heeft de werknemer drie maanden de tijd om een stamrecht-BV op
te richten of een verantwoorde keuze te maken tussen verzekeraars.
Als het bedrag niet volledig gebruikt wordt voor de aankoop van
een stamrecht, moet de advocaat of de notaris loonbelasting betalen
over het niet gebruikte gedeelte. [terug naar boven]
Nieuwe loongrenzen voor de verplichte
ziekenfondsverzekering
De inkomensgrenzen voor de verplichte ziekenfondsverzekering
zijn verhoogd met 3,3%.
De nieuwe ziekenfondsgrenzen zijn nu als volgt:
- werknemers onder de 65: EUR 31.750,- per jaar (was: EUR 30.700,-);
- personen van 65 en ouder: EUR 20.200,- per jaar (was: EUR 19.550,-);
- zelfstandigen onder de 65: EUR 20.250,- per jaar (was: EUR 19.650,-);
- het maximum premiedagloon waarover ZFW-premies worden geheven,
bedraagt EUR 111,- (was: EUR 108,-). [terug naar
boven]
Betalingsonmacht altijd melden
Een bedrijf dat surseance van betaling heeft gekregen,
moet dit altijd nog apart melden aan de belastingdienst. Anders
kunnen de bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor
de belastingschulden.
Dat blijkt uit het geval van een BV die na een surseance zijn
naheffingsaanslagen niet betaalde. De fiscus stelde vervolgens de
bestuurder van de BV aansprakelijk, omdat die de betalingsonmacht
niet tijdig had gemeld. Het feit dat de surseance gepubliceerd was
in de Staatscourant en in een dagblad, deed volgens de Rechtbank
in Almelo niet ter zake. De betalingsonmacht had ook nog apart gemeld
moeten worden aan de belastingdienst. [terug naar
boven]
Schadevergoeding bij burn-out heeft verstrekkende consequenties
Zoals u in de kranten heeft kunnen lezen, moest een bedrijf
EUR 80.000,- vergoeden aan een werknemer met burn-out verschijnselen.
Ze moest zo vaak overwerken dat ze uiteindelijk instortte, en zelfs
tóen werd ze nog lastig gevallen met werk. Het is voor het
eerst dat het Bureau Beroepsziekten van de FNV, dat bemiddelde voor
de vrouw, een vergoeding loskreeg wegens overbelasting.
Volgens deskundigen betekent dit een doorbraak voor burn-out patiënten.
De rechter heeft zich nog nooit uitgesproken over de vraag of werkgevers
aansprakelijk zijn voor burn-out van hun werknemers. Dat zal binnenkort
wel gebeuren, verwacht de FNV, omdat het bureau nóg dertien
werkgevers aansprakelijk heeft gesteld voor het ontstaan van burn-out
bij werknemers. Daarnaast zijn er nog tientallen zaken in voorbereiding.
De claims belopen in totaal zo'n EUR 1.000.000,-.
Het FNV-bureau verwacht ook een toename van claims van werknemers
met burn-out door de veranderingen in de WAO-regelgeving. Door die
veranderingen zullen minder psychisch arbeidsongeschikten een WAO-uitkering
krijgen, en zullen ze eerder terugvallen in de bijstand of de WW.
Dat betekent dat de financiële schade voor hen aanzienlijk
toeneemt (waarna die schade weer geclaimd kan gaan worden bij de
werkgever).
Let op: in principe moet de werkgever loonbelasting en premies
over het uitgekeerde bedrag inhouden. De enige situatie waarin dat
niet hoeft, is wanneer de uitkering wordt omgezet in een goedgekeurd
stamrecht. De belastingdienst verleent alleen goedkeuring bij gederfd
loon. [terug naar boven]
Alimentatie verhoogd met 3,9%
De uitkeringen voor levensonderhoud (alimentatie) zijn
per 1 januari 2003 automatisch met 3,9% verhoogd. Dat geldt voor
alle alimentaties, of ze nu door de rechter zijn vastgesteld of
door de partijen onderling zijn overeengekomen. Het percentage moet
worden toegepast op het uitkeringsbedrag dat bestond op 31 december
2002.
De rechter kan afwijken van deze algemene indexeringsregeling
als deze onredelijk zou uitpakken, bijvoorbeeld omdat het inkomen
van de alimentatiebetaler niet meegroeit met het loon- en prijspeil.
De wettelijke verhoging is niet van kracht als de rechter of de
partijen zelf de hoogte van de alimentatie (voor 1 januari 1973)
mede afhankelijk hebben gemaakt van de ontwikkeling van het inkomens-,
loon- of prijspeil. Voor deze alimentaties blijven de oude regelingen
van toepassing. [terug naar boven] |