|
Ruimere mogelijkheden voor geruisloze inbreng
Zoals bekend kan het veranderen van rechtsvorm, bijvoorbeeld
van eenmanszaak naar BV, naar keuze 'ruisend' of 'geruisloos' plaatsvinden.
De geruisloze inbreng heeft het voordeel dat er niet afgerekend
hoeft te worden -- over de stille reserves, de goodwill, etc. --
maar daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. Op grond van twee
recente arresten van de Hoge Raad blijkt de soep echter minder heet
gegeten te worden dan hij wordt opgediend.
In principe is een geruisloze inbreng alleen mogelijk als de onderneming
door de nieuwe rechtspersoon wordt voortgezet. Deze regel is bedoeld
om misbruik tegen te gaan. (Bijvoorbeeld als de onderneming van
de zojuist opgerichte BV meteen wordt doorverkocht, waardoor er
afgerekend kan tegen een lager belastingtarief.) Volgens de Hoge
Raad zijn er echter wel degelijk gevallen waarin geruisloze inbreng
toepasbaar is, ook al is de aard of de omvang van de bedrijfsactiviteiten
gewijzigd. Zolang de BV maar een onderneming blijft drijven.
In een van de procedures ging het om een onderneming die oorspronkelijk
bestond uit een tankstation, een garagebedrijf en een wasstraat.
De nieuwe BV stootte het tankstation af (waardoor er sprake was
van een gedeeltelijke liquidatie) maar zette de overige activiteiten
voort. Volgens de Hoge Raad had de wetgever zo'n soort reorganisatie
helemaal niet willen uitsluiten.
Hetzelfde gold voor een kapper die zijn twee kapsalons inbracht
in een BV en nadat hij arbeidsongeschikt was verklaard met twee
andere kappers een CV (commanditaire vennootschap) aanging. De twee
andere kappers werden beherend vennoot en de BV werd commanditair
vennoot. Ook deze wijziging had de wetgever niet willen uitsluiten,
vond de Hoge Raad.
[terug naar boven]
Meer winst door minder BTW
Als een ondernemer samengestelde diensten verricht, kan
het lonend zijn om die diensten te splitsen in deeldiensten, waarvan
enkele mogelijk onder het tarief van 6% vallen of zelfs vrijgesteld
zijn. Lagere BTW-afdracht leidt immers tot meer netto winst.
Maar wanneer is splitsing van een samengestelde dienst toegestaan?
Het antwoord daarop is niet eenvoudig te geven, vandaar dat er al
diverse rechtszaken over zulke kwesties zijn gevoerd. Het hangt
ervan af hoe de diensten worden aangeboden.
De Hoge Raad ging onlangs bijvoorbeeld niet akkoord met een splitsing
van diensten door een sportcentrum. Het centrum had zowel een 'droog'
gedeelte (tennisbanen, fitness-ruimten, etc.) als een 'nat' gedeelte
(zwembad, sauna en stoombad). Het sportcentrum verkocht 'all-in'
abonnementen die toegang gaven tot alle faciliteiten, en wilde een
gedeelte van de abonnementsprijs toerekenen aan het natte gedeelte.
Daarvoor gold immers het lage BTW-tarief van 6% voor zwembaden.
De Hoge Raad ging daar echter niet mee akkoord omdat het sportcentrum
geen aparte abonnementen voor toegang tot het natte gedeelte kende.
Bovendien waren de droge en de natte faciliteiten van het sportcentrum
niet duidelijk van elkaar gescheiden, waardoor iedereen overal kon
komen. Al met al was er dus sprake van een onsplitsbare dienst,
die in zijn geheel onder het hoge tarief van 19% viel.
[terug naar boven]
Ondernemer moet weten wat hij gaat ondernemen
Zo maar roepen dat je ondernemer bent, wordt door de fiscus
niet geaccepteerd. Het is wel degelijk nodig om aan te geven wat
je van plan bent.
Een man liet zich bij de fiscus registreren als nieuwe ondernemer,
met de boodschap dat hij een woning en een bedrijfshal ging laten
bouwen. Vervolgens vroeg hij de BTW terug die betrekking had op
de bouw. De inspecteur accepteerde dat niet, omdat de man nog niet
bleek te weten wat hij met de woning en de bedrijfshal ging doen.
Misschien ging hij alles verhuren aan een ondernemer, maar het was
ook mogelijk dat zijn dochter of hijzelf er gingen wonen. Het Hof
Leeuwarden gaf de inspecteur gelijk: de man moest eerst maar eens
duidelijkheid scheppen over de bestemming van de ruimtes. Pas dan
gold hij als ondernemer voor de BTW.
[terug naar boven]
Dubbele boete voor DGA en BV
Een onderneming in speelautomaten kreeg navorderingsaanslagen
vennootschapsbelasting wegens het verzwijgen van opbrengsten, verhoogd
met een boete van 50%. Daarnaast legde de inspecteur de directeur
en enig aandeelhouder van de BV navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
met boetes van 50% op, omdat hij de verzwegen opbrengsten beschouwde
als uitdelingen.
De DGA liet het voorkomen, en beriep zich bij het Hof Den Haag
op het principe dat iemand niet twee keer voor dezelfde zaak gestraft
kan worden. Hij meende als aandeelhouder geen boetes meer te kunnen
krijgen omdat de BV al een boete had gekregen.
Het Hof was het daar niet mee eens, omdat het vond dat de boetes
om twee verschillende redenen waren opgelegd. In de praktijk kreeg
de DGA overigens toch (gedeeltelijk) zijn zin, omdat het Hof het
niet terecht vond dat hij op deze manier twee keer in zijn vermogen
getroffen werd. Het boetebedrag voor de BV werd in mindering gebracht
op de boetes van de DGA. De Hoge Raad stemde daar onlangs mee in.
Let op: deze discussie is nog lang niet afgerond.
Dat betekent dat u er niet zonder meer op kunt vertrouwen dat u
er net zo goed vanaf komt als de bovengenoemde DGA. Niettemin is
het wél aan te raden om altijd bezwaar te maken. Baat het
niet dan schaadt het niet.
[terug naar boven]
Soep uit automaat dag en nacht onbelast
Werkgevers mogen voortaan onbelast een kopje soep uit
een automaat aan hun werknemers geven. Ze hoeven hierover geen loonbelasting
en premies sociale verzekeringen meer te betalen.
Tot nu toe waren koffie, thee en soep uit de automaat alleen buiten
de pauzes, onder werktijd, onbelast en waren ze tijdens de lunch,
dus buiten werktijd, wél belast. Deze zeer verwarrende regeling
is nu gelukkig afgeschaft. Voorwaarde is wel dat de soep altijd
beschikbaar is.
[terug naar boven]
Maten, maatschappen en BTW
Stel: een boer en zijn zoon vormen samen een maatschap.
De vader verhuurt zijn melk-quotum aan de maatschap. Dan is er een
probleem met de BTW, aangezien boeren niet BTW-plichtig zijn, terwijl
het verhuren van het melk-quotum sinds oktober 2002 wél een
belaste dienst is. De vader moet dus BTW afdragen, die de maatschap
niet kan terugkrijgen.
Dit probleem geldt voor iedereen die niet BTW-plichtig is, en
vanuit zijn positie als maat een bepaald bedrijfsmiddel ter beschikking
stelt aan de maatschap, voor een winst-onafhankelijke vergoeding.
Behalve boeren gaat het bijvoorbeeld ook om fysiotherapeuten en
begrafenisondernemers.
De staatssecretaris van Financiën heeft nu besloten dat het
is toegestaan om bestaande overeenkomsten tussen maten en maatschappen
aan te passen aan de nieuwe situatie die vanaf oktober 2002 ontstaan
is. De staatssecretaris noemt in zijn besluit een overgangsregeling
en manieren om bestaande contracten aan te passen. Deze contracten
moeten vóór 31 december 2004 zijn aangepast.
[terug naar boven]
WAZ afgeschaft per 1-7-2004
De ministerraad is akkoord gegaan met een wetsvoorstel
om de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
per 1 juli 2004 af te schaffen. Door dit wetsvoorstel hoeven zelfstandigen
vanaf 1 januari 2004 geen WAZ-premie meer te betalen, maar zijn
zij in de eerste helft van 2004 nog wel wettelijk verzekerd tegen
arbeidsongeschiktheid.
Zelfstandigen die op 1 juli 2005 een uitkering hebben, blijven die
uitkering gewoon behouden.
[terug naar boven]
Vraag & Antwoord: loondoorbetaling bij
ziekte
De verlenging van de loondoorbetalingsplicht
van 52 naar 104 weken is minder simpel dan gedacht. Hieronder vindt
u de antwoorden op de drie meest gestelde vragen daarover.
Vraag - Geldt de verlengde loondoorbetalingsplicht
voor alle werknemers die op 1 januari 2004 ziek waren?
Antwoord - Nee, de verlengde loondoorbetalingsplicht
geldt alleen voor mensen die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden.
Voor werknemers die in december 2003 al ziek waren en binnen vier
weken opnieuw ziek werden, is er een speciale regel.
Een voorbeeld: voor een werknemer die van 1 tot 7 december 2003
door griep geveld was, daarna weer aan het werk ging en op 2 januari
2004 door een verkeersongeval arbeidsongeschikt raakte, geldt de
oude loondoorbetalingsplicht van 52 weken in plaats van de nieuwe
104 weken.
Vraag - Voor het bepalen van de periode waarover
het loon moet worden doorbetaald, mogen perioden van ziekte die
elkaar binnen vier weken opvolgen, bij elkaar worden opgeteld. Geldt
deze regeling ongeacht de oorzaak van de ziekte, of begint het tellen
opnieuw bij een nieuw soort ziekte?
Antwoord - Bij het optellen van verschillende perioden
van arbeidsongeschiktheid wordt geen rekening gehouden met de oorzaak
van de ziekte. Waaróm iemand arbeidsongeschikt is geweest,
doet dus niet ter zake.
Vraag - In de arbeidsovereenkomsten van de directie
van onze onderneming staat dat het loon gedurende de eerste drie
jaar van de arbeidsongeschiktheid volledig wordt doorbetaald. De
wet zegt echter dat in het tweede jaar hooguit 70% betaald hoeft
te worden. Geldt dat ook voor de directie?
Antwoord - Nee, de inhoud van de CAO of de individuele
arbeidsovereenkomsten is bepalend. De wettelijke regeling is een
minimumregeling waarvan kan worden afgeweken. Staan in de CAO of
arbeidsovereenkomst gunstiger voorwaarden, dan gelden deze.
[terug naar boven]
Brutering bij verdwenen werknemers
Als een werkgever op het moment van loonbetaling te weinig
(of geen) loonbelasting en premies inhoudt, levert dat voordeel
op voor de werknemer. Wanneer de werkgever deze loonheffing niet
alsnog verhaalt op de werknemer, kan de fiscus besluiten om het
bedrag te verhalen op de werkgever, onder toepassing van brutering.
Het netto-voordeel van de werknemer wordt dan herrekend naar bruto-loon,
wat bij de huidige tarieven tot een ruime verdubbeling van het netto
bedrag kan leiden.
Brutering kan achterwege blijven als de werkgever niet kan bruteren,
tenzij hij zichzelf in een positie heeft gebracht waarin verhaal
onmogelijk is. Bijvoorbeeld doordat hij mensen te werk heeft gesteld
die geen geldige identiteitspapieren hadden.
[terug naar boven]
Bestuurders en aansprakelijkheid
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
stelde drie ex-bestuurders van een failliete BV aansprakelijk voor
niet betaalde premies. De Rechtbank Haarlem vernietigde deze besluiten
omdat het drietal geen inzage had gekregen in de opbouw van de bedragen
waarvoor ze aansprakelijk waren gesteld. De Centrale Raad van Beroep
(CRvB) vond echter dat dit voldoende bleek uit de schuld-overzichten
en het looncontrole-rapport.
Twee bestuurders kregen de kans om aan te tonen dat het niet betalen
van de premies niet te wijten was aan onbehoorlijk bestuur, maar
dat lukte hun niet. De derde bestuurder kreeg die kans niet, omdat
in zijn geval zonneklaar was dat het niet betalen van de premies
aan hem te wijten was. Hij had geen melding van betalingsonmacht
gedaan.
Overigens matigde de CRvB wel de opgelegde boetes, omdat de zaak
zo lang gesleept had. De 'redelijke termijn' uit artikel 6 van het
Europees verdrag voor de rechten van de mens was ruimschoots overschreden.
[terug naar boven]
|