::  Home  ::  Nieuwsbrief  ::  Archief  ::  April 2004


       

 
Nieuwsbrief - 04-2004
Ruimere mogelijkheden voor geruisloze inbreng Maten, maatschappen en BTW
Meer winst door minder BTW   WAZ afgeschaft per 1-7-2004
Ondernemer moet weten wat hij gaat ondernemen   Vraag & Antwoord: loondoorbetaling bij ziekte
Dubbele boete voor DGA en BV   Brutering bij verdwenen werknemers

Soep uit automaat dag en nacht onbelast   Bestuurders en aansprakelijkheid

 


Ruimere mogelijkheden voor geruisloze inbreng
Zoals bekend kan het veranderen van rechtsvorm, bijvoorbeeld van eenmanszaak naar BV, naar keuze 'ruisend' of 'geruisloos' plaatsvinden. De geruisloze inbreng heeft het voordeel dat er niet afgerekend hoeft te worden -- over de stille reserves, de goodwill, etc. -- maar daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. Op grond van twee recente arresten van de Hoge Raad blijkt de soep echter minder heet gegeten te worden dan hij wordt opgediend.

In principe is een geruisloze inbreng alleen mogelijk als de onderneming door de nieuwe rechtspersoon wordt voortgezet. Deze regel is bedoeld om misbruik tegen te gaan. (Bijvoorbeeld als de onderneming van de zojuist opgerichte BV meteen wordt doorverkocht, waardoor er afgerekend kan tegen een lager belastingtarief.) Volgens de Hoge Raad zijn er echter wel degelijk gevallen waarin geruisloze inbreng toepasbaar is, ook al is de aard of de omvang van de bedrijfsactiviteiten gewijzigd. Zolang de BV maar een onderneming blijft drijven.

In een van de procedures ging het om een onderneming die oorspronkelijk bestond uit een tankstation, een garagebedrijf en een wasstraat. De nieuwe BV stootte het tankstation af (waardoor er sprake was van een gedeeltelijke liquidatie) maar zette de overige activiteiten voort. Volgens de Hoge Raad had de wetgever zo'n soort reorganisatie helemaal niet willen uitsluiten.

Hetzelfde gold voor een kapper die zijn twee kapsalons inbracht in een BV en nadat hij arbeidsongeschikt was verklaard met twee andere kappers een CV (commanditaire vennootschap) aanging. De twee andere kappers werden beherend vennoot en de BV werd commanditair vennoot. Ook deze wijziging had de wetgever niet willen uitsluiten, vond de Hoge Raad.

[terug naar boven]


Meer winst door minder BTW
Als een ondernemer samengestelde diensten verricht, kan het lonend zijn om die diensten te splitsen in deeldiensten, waarvan enkele mogelijk onder het tarief van 6% vallen of zelfs vrijgesteld zijn. Lagere BTW-afdracht leidt immers tot meer netto winst.

Maar wanneer is splitsing van een samengestelde dienst toegestaan? Het antwoord daarop is niet eenvoudig te geven, vandaar dat er al diverse rechtszaken over zulke kwesties zijn gevoerd. Het hangt ervan af hoe de diensten worden aangeboden.

De Hoge Raad ging onlangs bijvoorbeeld niet akkoord met een splitsing van diensten door een sportcentrum. Het centrum had zowel een 'droog' gedeelte (tennisbanen, fitness-ruimten, etc.) als een 'nat' gedeelte (zwembad, sauna en stoombad). Het sportcentrum verkocht 'all-in' abonnementen die toegang gaven tot alle faciliteiten, en wilde een gedeelte van de abonnementsprijs toerekenen aan het natte gedeelte. Daarvoor gold immers het lage BTW-tarief van 6% voor zwembaden. De Hoge Raad ging daar echter niet mee akkoord omdat het sportcentrum geen aparte abonnementen voor toegang tot het natte gedeelte kende. Bovendien waren de droge en de natte faciliteiten van het sportcentrum niet duidelijk van elkaar gescheiden, waardoor iedereen overal kon komen. Al met al was er dus sprake van een onsplitsbare dienst, die in zijn geheel onder het hoge tarief van 19% viel.

[terug naar boven]


Ondernemer moet weten wat hij gaat ondernemen
Zo maar roepen dat je ondernemer bent, wordt door de fiscus niet geaccepteerd. Het is wel degelijk nodig om aan te geven wat je van plan bent.

Een man liet zich bij de fiscus registreren als nieuwe ondernemer, met de boodschap dat hij een woning en een bedrijfshal ging laten bouwen. Vervolgens vroeg hij de BTW terug die betrekking had op de bouw. De inspecteur accepteerde dat niet, omdat de man nog niet bleek te weten wat hij met de woning en de bedrijfshal ging doen. Misschien ging hij alles verhuren aan een ondernemer, maar het was ook mogelijk dat zijn dochter of hijzelf er gingen wonen. Het Hof Leeuwarden gaf de inspecteur gelijk: de man moest eerst maar eens duidelijkheid scheppen over de bestemming van de ruimtes. Pas dan gold hij als ondernemer voor de BTW.

[terug naar boven]


Dubbele boete voor DGA en BV
Een onderneming in speelautomaten kreeg navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting wegens het verzwijgen van opbrengsten, verhoogd met een boete van 50%. Daarnaast legde de inspecteur de directeur en enig aandeelhouder van de BV navorderingsaanslagen inkomstenbelasting met boetes van 50% op, omdat hij de verzwegen opbrengsten beschouwde als uitdelingen.

De DGA liet het voorkomen, en beriep zich bij het Hof Den Haag op het principe dat iemand niet twee keer voor dezelfde zaak gestraft kan worden. Hij meende als aandeelhouder geen boetes meer te kunnen krijgen omdat de BV al een boete had gekregen.

Het Hof was het daar niet mee eens, omdat het vond dat de boetes om twee verschillende redenen waren opgelegd. In de praktijk kreeg de DGA overigens toch (gedeeltelijk) zijn zin, omdat het Hof het niet terecht vond dat hij op deze manier twee keer in zijn vermogen getroffen werd. Het boetebedrag voor de BV werd in mindering gebracht op de boetes van de DGA. De Hoge Raad stemde daar onlangs mee in.

Let op: deze discussie is nog lang niet afgerond. Dat betekent dat u er niet zonder meer op kunt vertrouwen dat u er net zo goed vanaf komt als de bovengenoemde DGA. Niettemin is het wél aan te raden om altijd bezwaar te maken. Baat het niet dan schaadt het niet.

[terug naar boven]


Soep uit automaat dag en nacht onbelast
Werkgevers mogen voortaan onbelast een kopje soep uit een automaat aan hun werknemers geven. Ze hoeven hierover geen loonbelasting en premies sociale verzekeringen meer te betalen.

Tot nu toe waren koffie, thee en soep uit de automaat alleen buiten de pauzes, onder werktijd, onbelast en waren ze tijdens de lunch, dus buiten werktijd, wél belast. Deze zeer verwarrende regeling is nu gelukkig afgeschaft. Voorwaarde is wel dat de soep altijd beschikbaar is.

[terug naar boven]


Maten, maatschappen en BTW
Stel: een boer en zijn zoon vormen samen een maatschap. De vader verhuurt zijn melk-quotum aan de maatschap. Dan is er een probleem met de BTW, aangezien boeren niet BTW-plichtig zijn, terwijl het verhuren van het melk-quotum sinds oktober 2002 wél een belaste dienst is. De vader moet dus BTW afdragen, die de maatschap niet kan terugkrijgen.

Dit probleem geldt voor iedereen die niet BTW-plichtig is, en vanuit zijn positie als maat een bepaald bedrijfsmiddel ter beschikking stelt aan de maatschap, voor een winst-onafhankelijke vergoeding. Behalve boeren gaat het bijvoorbeeld ook om fysiotherapeuten en begrafenisondernemers.

De staatssecretaris van Financiën heeft nu besloten dat het is toegestaan om bestaande overeenkomsten tussen maten en maatschappen aan te passen aan de nieuwe situatie die vanaf oktober 2002 ontstaan is. De staatssecretaris noemt in zijn besluit een overgangsregeling en manieren om bestaande contracten aan te passen. Deze contracten moeten vóór 31 december 2004 zijn aangepast.

[terug naar boven]


WAZ afgeschaft per 1-7-2004
De ministerraad is akkoord gegaan met een wetsvoorstel om de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) per 1 juli 2004 af te schaffen. Door dit wetsvoorstel hoeven zelfstandigen vanaf 1 januari 2004 geen WAZ-premie meer te betalen, maar zijn zij in de eerste helft van 2004 nog wel wettelijk verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.
Zelfstandigen die op 1 juli 2005 een uitkering hebben, blijven die uitkering gewoon behouden.

[terug naar boven]


Vraag & Antwoord: loondoorbetaling bij ziekte
De verlenging van de loondoorbetalingsplicht van 52 naar 104 weken is minder simpel dan gedacht. Hieronder vindt u de antwoorden op de drie meest gestelde vragen daarover.

Vraag - Geldt de verlengde loondoorbetalingsplicht voor alle werknemers die op 1 januari 2004 ziek waren?
Antwoord - Nee, de verlengde loondoorbetalingsplicht geldt alleen voor mensen die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Voor werknemers die in december 2003 al ziek waren en binnen vier weken opnieuw ziek werden, is er een speciale regel.

Een voorbeeld: voor een werknemer die van 1 tot 7 december 2003 door griep geveld was, daarna weer aan het werk ging en op 2 januari 2004 door een verkeersongeval arbeidsongeschikt raakte, geldt de oude loondoorbetalingsplicht van 52 weken in plaats van de nieuwe 104 weken.

Vraag - Voor het bepalen van de periode waarover het loon moet worden doorbetaald, mogen perioden van ziekte die elkaar binnen vier weken opvolgen, bij elkaar worden opgeteld. Geldt deze regeling ongeacht de oorzaak van de ziekte, of begint het tellen opnieuw bij een nieuw soort ziekte?
Antwoord - Bij het optellen van verschillende perioden van arbeidsongeschiktheid wordt geen rekening gehouden met de oorzaak van de ziekte. Waaróm iemand arbeidsongeschikt is geweest, doet dus niet ter zake.

Vraag - In de arbeidsovereenkomsten van de directie van onze onderneming staat dat het loon gedurende de eerste drie jaar van de arbeidsongeschiktheid volledig wordt doorbetaald. De wet zegt echter dat in het tweede jaar hooguit 70% betaald hoeft te worden. Geldt dat ook voor de directie?
Antwoord - Nee, de inhoud van de CAO of de individuele arbeidsovereenkomsten is bepalend. De wettelijke regeling is een minimumregeling waarvan kan worden afgeweken. Staan in de CAO of arbeidsovereenkomst gunstiger voorwaarden, dan gelden deze.

[terug naar boven]


Brutering bij verdwenen werknemers
Als een werkgever op het moment van loonbetaling te weinig (of geen) loonbelasting en premies inhoudt, levert dat voordeel op voor de werknemer. Wanneer de werkgever deze loonheffing niet alsnog verhaalt op de werknemer, kan de fiscus besluiten om het bedrag te verhalen op de werkgever, onder toepassing van brutering. Het netto-voordeel van de werknemer wordt dan herrekend naar bruto-loon, wat bij de huidige tarieven tot een ruime verdubbeling van het netto bedrag kan leiden.

Brutering kan achterwege blijven als de werkgever niet kan bruteren, tenzij hij zichzelf in een positie heeft gebracht waarin verhaal onmogelijk is. Bijvoorbeeld doordat hij mensen te werk heeft gesteld die geen geldige identiteitspapieren hadden.

[terug naar boven]


Bestuurders en aansprakelijkheid
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde drie ex-bestuurders van een failliete BV aansprakelijk voor niet betaalde premies. De Rechtbank Haarlem vernietigde deze besluiten omdat het drietal geen inzage had gekregen in de opbouw van de bedragen waarvoor ze aansprakelijk waren gesteld. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) vond echter dat dit voldoende bleek uit de schuld-overzichten en het looncontrole-rapport.

Twee bestuurders kregen de kans om aan te tonen dat het niet betalen van de premies niet te wijten was aan onbehoorlijk bestuur, maar dat lukte hun niet. De derde bestuurder kreeg die kans niet, omdat in zijn geval zonneklaar was dat het niet betalen van de premies aan hem te wijten was. Hij had geen melding van betalingsonmacht gedaan.

Overigens matigde de CRvB wel de opgelegde boetes, omdat de zaak zo lang gesleept had. De 'redelijke termijn' uit artikel 6 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens was ruimschoots overschreden.

[terug naar boven]


 
<< Terug