|
Reiskostenregeling versimpeld
Met ingang van 1 januari 2004 mag een werkgever voor zowel woon-werkverkeer
als voor zakelijk verkeer een onbelaste vergoeding geven van 18
cent per kilometer. Onderdeel van de oorspronkelijke regeling was
dat werkgevers en werknemers een administratie zouden moeten bijhouden
van het feitelijk gereden aantal kilometers. In de praktijk geeft
dat natuurlijk veel rompslomp en daarom heeft de staatssecretaris
de regeling versimpeld.
Het bijhouden van het werkelijke aantal kilometers kan nog steeds,
maar in plaats daarvan kunnen werkgevers ook een vast bedrag vergoeden.
De berekening daarvan gaat als volgt. Neem het aantal reguliere
werkdagen per jaar (260), en verminder dat met het gemiddelde aantal
dagen voor vakantie, verlof en ziekte (54). Vermenigvuldig dit verschil
(206 dagen) met de totale reisafstand per dag (van woning naar werk
en terug), maal 18 cent. Bij deeltijdwerkers wordt dit bedrag naar
evenredigheid toegepast. De nieuwe regeling geldt met terugwerkende
kracht vanaf 1 januari 2004.
De vaste vergoeding mag toegepast worden als de totale reisafstand
(van woning naar werk en terug) maximaal 150 km bedraagt. Daarboven
moet nacalculatie per kilometer plaatsvinden.
[terug naar boven]
BTW-regeling nieuwe EU-lidstaten
Bij leveringen binnen de EU mag het nultarief voor de BTW worden
toegepast. Voorwaarde is dan wel dat de afnemer een BTW-identificatienummer
heeft, anders moet de leverancier toch BTW in rekening brengen.
Omdat echter gebleken is dat veel ondernemers in de nieuwe lidstaten
niet tijdig hun internationale BTW-nummer hebben gekregen, heeft
de staatssecretaris besloten dat Nederlandse ondernemers bij zulke
leveringen voorlopig toch het nultarief mogen hanteren. Wel moet
de leverancier van de afnemer eisen dat deze het BTW-nummer na verstrekking
direct doorgeeft, zodat hij het kan opnemen in zijn opgaaf voor
intracommunautaire leveringen.
[terug naar boven]
Vragen en antwoorden rond de herinvesteringsreserve
Met boekwinsten die een bedrijf behaalt door de verkoop van bedrijfsmiddelen,
mag een onderneming onder bepaalde voorwaarden een herinvesteringsreserve
(HIR) vormen. De vorming van zo'n reserve leidt tot uitstel van
belastingheffing over de boekwinst. De staatssecretaris heeft onlangs
duidelijkheid gecreëerd over een aantal praktijksituaties.
Hieronder volgt een selectie uit vragen die de staatssecretaris
heeft beantwoord.
Vraag: Mag met de winst die ontstaat door de onttrekking
van een bedrijfsmiddel een herinvesteringsreserve worden gevormd?
(Van onttrekking is bijvoorbeeld sprake als een IB-ondernemer een
auto van de zaak overbrengt naar privé - red.)
Antwoord: Nee. Een HIR kan uitsluitend worden gevormd bij
vervreemding (meestal: verkoop - red.) van een bedrijfsmiddel.
Dat is iets anders dan onttrekking, dus is de vorming van een HIR
in dit geval niet mogelijk. Verlies, diefstal en beschadiging, waarbij
de verzekering geld uitkeert, gelden overigens ook als vervreemding.
Vraag: Mag bij verkoop van een bedrijfsmiddel de boekwinst
worden gesplitst in een deel dat in een HIR wordt opgenomen en een
deel waarover wordt afgerekend?
Antwoord: Ja. Volgens de letter van de wet is de boekwinst
die mag worden gereserveerd "het verschil waarmee de opbrengst de
boekwaarde overtreft", dus de totale (netto) boekwinst van het vervreemde
bedrijfsmiddel. De staatssecretaris wil de wet op dit punt echter
niet letterlijk interpreteren en heeft besloten dat de boekwinst
ook deels mag worden geherinvesteerd. De rest van de winst is dan
belast.
Vraag: Stel dat binnen één bedrijf twee activiteiten
naast elkaar worden verricht. Bijvoorbeeld: een boer met een melkveetak
en varkenstak, of een horeca-ondernemer met een café-restaurant.
Wat gebeurt er dan als één van beide activiteiten wordt
gestaakt, en de andere wordt uitbreid, waarbij de bedrijfsmiddelen
van de gestaakte activiteit met winst worden vervreemd. Mag die
winst dan met toepassing van de HIR worden afgeboekt op investeringen
in bedrijfsmiddelen voor de andere activiteit?
Antwoord: Ja, in principe is dat mogelijk. Als binnen één
onderneming twee verwante activiteiten worden uitgeoefend en een
daarvan wordt beëindigd terwijl de andere wordt uitgebreid,
dan is er geen sprake van staking van (een deel van) de onderneming.
Melkveehouderij en varkenshouderij, of een café en een restaurant,
gelden als verwante vormen van bedrijvigheid en daarom mag de HIR
in dat soort gevallen worden toegepast.
[terug naar boven]
Vragen en antwoorden bij geruisloze terugkeer
Een BV kan zonder directe belastingheffing terugkeren naar een eenmanszaak
of een VOF. Bij zo'n fiscaal geruisloze terugkeer wordt de gecombineerde
claim van vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting omgezet in
een enkelvoudige inkomstenbelastingclaim, die tot uitdrukking komt
in de zogenaamde terugkeerreserve. De staatssecretaris heeft onlangs
in een besluit vragen beantwoord over deze faciliteit. Hieronder
volgt een selectie.
Vraag: Een vennootschap heeft verliezen geleden die de voortzettende
aandeelhouder kan verrekenen met toekomstige winsten uit de voortgezette
onderneming. Deze verliezen moeten echter eerst worden verrekend
met stille en fiscale reserves. Mag de BV nu zelf bepalen wélke
stille reserves er worden verrekend (rekening houdend met verschillen
in de afschrijvingstermijnen)?
Antwoord: Nee, de BV mag niet zelf kiezen welke stille reserves
worden verrekend met de verliezen. De verrekenbare verliezen moeten
pro rato worden verrekend met de stille en fiscale reserves.
Vraag: Is het toegestaan om eenmalig een kort boekjaar te
creëren, als de geruisloze terugkeer plaatsvindt in het midden
van het jaar?
Antwoord: Ja, het eenmalig creëren van een kort boekjaar
is toegestaan. Hierdoor kan het verlies van dat korte boekjaar worden
aangemerkt als voorwaarts verrekenbaar verlies, zodat het kan gelden
als ondernemingsverlies van de voortzettende aandeelhouder.
Vraag: Een BV heeft één aandeelhouder, die in
gemeenschap van goederen is getrouwd. Kan de huwelijkspartner de
onderneming voortzetten, ook als hij of zij totaal niet betrokken
is bij de onderneming?
Antwoord: Ja, de partner mag de onderneming voortzetten na
de geruisloze terugkeer. Hij of zij moet wel kunnen worden aangemerkt
als ondernemer.
[terug naar boven]
Geruisloze doorschuiving naar opvolger
Bij de overdracht van een onderneming aan een opvolger (een mede-ondernemer
of werknemer) kan belastingheffing over de stakingswinst onder bepaalde
voorwaarden uitblijven. Om van deze geruisloze doorschuiffaciliteit
gebruik te kunnen maken, moet de opvolger minstens 36 maanden bij
de onderneming hebben gewerkt. De staatssecretaris heeft onlangs
meer duidelijkheid gecreëerd over deze voorwaarde aan de hand
van de volgende voorbeelden.
- een werknemer was twee jaar in loondienst bij een maatschap
en werd vervolgens maat, eveneens gedurende twee jaar. Hij was
dus geen drie jaar in dienst geweest en ook geen drie jaar maat,
maar in totaal wel meer dan drie jaar verbonden aan de maatschap.
In dat geval is toch voldaan aan de 36-maandentermijn;
- een beoogde opvolger is meer dan drie jaar in dienst geweest,
maar heeft minder dan drie jaar gewerkt, doordat hij een jaar
onbetaald verlof heeft genomen. In dat geval is toch voldaan aan
de termijn. Dit geldt ook bij zwangerschaps- en ouderschapsverlof;
- een werknemer werkt al meer dan drie jaar voor een onderneming,
maar deze onderneming heeft een jaar geleden het hele personeelsbestand
op de loonlijst van een detacheringsbureau laten zetten. De relatie
tussen de onderneming en de werknemers is in de praktijk ongewijzigd
gebleven, want de onderneming stelt bijvoorbeeld nog steeds de
arbeidsvoorwaarden vast en voert functioneringsgesprekken. Ook
in dit geval is dus aan de verplichte termijn voldaan;
- twee werknemers werken al sinds 1995 bij dezelfde onderneming.
Werknemer A neemt in september 1999 de onderneming over en wil
begin 2002 een VOF beginnen met werknemer B, waarbij A de onderneming
inbrengt en een winstaandeel van 75% krijgt. Werknemer B is dus
minder dan drie jaar werkzaam bij de onderneming van A, maar omdat
hij wel langer dan drie jaar werkt bij de onderneming die A in
1999 overnam, is toch aan de termijn voldaan;
- een ondernemer wil zijn bedrijf wegens ziekte overdragen aan
zijn neef, die minder dan 36 maanden bij hem in dienst is. In
zo'n geval heeft de minister de bevoegdheid om de 36-maandentermijn
te verkorten. Dat kan als de ondernemer door ziekte minstens een
jaar niet in staat zal zijn om minstens 55% van het bedrag te
verdienen dat hij redelijkerwijs in gezonde toestand had kunnen
verdienen;
- de periode van 36 maanden hoeft niet aaneengesloten te zijn,
maar mag ook zijn uitgesmeerd over meerdere jaren. Bijvoorbeeld
bij een seizoenbedrijf, zoals een camping. Wel moet de opvolger
dan in de jaren direct voorafgaand aan de overdracht hebben gewerkt
voor de onderneming.
[terug naar boven]
BTW-tarieven voor sportaccommodaties
Er gelden verschillende BTW-tarieven voor gelegenheid geven tot
sportbeoefening in sportaccommodaties en de verhuur van ruimte daarin.
Hieronder een overzicht, op basis van drie situaties.
- Verhuren op commerciële basis is vrijgesteld van
BTW. Er is sprake sprake van commerciële verhuur wanneer
een sporter of een groep sporters gedurende een bepaalde tijd
het exclusieve recht heeft om gebruik te maken van een sportaccommodatie.
Dat wil zeggen dat anderen gedurende die tijd worden uitgesloten
van het gebruik van die sportaccommodatie. Dit is bijvoorbeeld
het geval bij tennis- en squash-banen, sporthallen en bowlingbanen.
- Toegang verlenen op commerciële basis valt onder
het 6%-tarief. Er is sprake van 'toegangsverlening' wanneer de
accomodatie niet verhuurd wordt (zie boven). De sporters hebben
in dit geval geen recht om exclusief van de accomodatie gebruik
te maken; zij moeten hem delen met anderen. Dit gebeurt bijvoorbeeld
bij ijsbanen, skibanen, kartbanen, golfbanen en fitness-centra.
- Verhuren (of toegang verlenen) op niet-commerciële basis
is in alle gevallen vrijgesteld.
[terug naar boven]
Hoe bewijs je dat je minder dan 500 km rijdt?
Een werknemer met een auto van de zaak krijgt de bekende inkomensbijtelling
(op dit moment: 22% van de cataloguswaarde van de auto), behalve
als hij kan aantonen dat hij in een jaar minder dan 500 kilometer
privé heeft gereden. De staatssecretaris heeft onlangs een
besluit gepubliceerd waarin hij aangeeft welke bewijzen daarvoor
aanvaardbaar zijn.
Je kunt natuurlijk een complete rittenadministratie bijhouden,
maar het kan ook anders. Bijvoorbeeld:
- een agenda, gecombineerd met maandstaten die de vereiste informatie
leveren;
- een schriftelijke overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer
dat privé-gebruik van de auto niet is toegestaan. Aanvullende
vereisten zijn dat de werkgever dit moet controleren, dat het
privé-gebruik niet verzekerd is, en dat de werknemer ook
een eigen auto bezit;
- als de auto van de zaak door de aard van het zakelijk gebruik
zo vuil wordt dat je hem met goed fatsoen niet privé kunt
gebruiken, hoeft er niets bewezen te worden. De werknemer moet
echter wel een eigen auto hebben;
- als de auto van de zaak buiten werktijd op het bedrijfsterrein
blijft (te controleren door de werkgever) geldt dat eveneens als
voldoende bewijs.
De beperkingen die de werkgever aan het privé-gebruik stelt,
moeten liefst schriftelijk worden vastgelegd, evenals de resultaten
van de controles. Een schriftelijke overeenkomst zonder daadwerkelijke
controle is onvoldoende bewijs om de bijtelling achterwege te laten,
waarschuwt de staatssecretaris.
[terug naar boven]
Vrijstelling WAO-basispremie voor oudere werknemers
Vanaf 1 januari 2004 hoeft een werkgever geen WAO-basispremie (5,1%)
meer af te dragen, als hij een werknemer van 50 jaar of ouder in
dienst neemt. Voorwaarde is wel dat de werknemer de voorafgaande
zes maanden niet in dienst was bij dezelfde werkgever. De aanvullende
voorwaarde moet voorkomen dat een oudere werknemer wordt ontslagen
en vervolgens met premievrijstelling weer in dienst wordt genomen.
De premievrijstelling geldt ook voor werknemers van 55 jaar en
ouder, ongeacht het moment waarop ze in dienst zijn gekomen.
Met deze maatregelen wil de overheid de arbeidsparticipatie van
oudere werknemers stimuleren.
[terug naar boven]
Zwangerschap en WAZ
Vrouwelijke zelfstandigen die vóór 1 augustus 2004 zwanger
zijn geworden, krijgen nog een zwangerschaps- en bevallingsuitkering
op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
(WAZ), ondanks het feit dat deze (verplichte) verzekering per 1
augustus is afgeschaft.
Ook zwangere vrouwen met een arbeidsovereenkomst die verzekerd
zijn via de WAZ, zoals alfahulpen, krijgen zo'n uitkering.
[terug naar boven]
Informatieplicht zieke werknemer en loondoorbetaling
De Wet verbetering Poortwachter schrijft nauwkeurig voor hoe werkgevers,
werknemers en Arbo-diensten moeten handelen in het eerste ziektejaar.
De werkgever is onder meer verplicht om vast te stellen of een zieke
werknemer recht heeft op arbeidsverzuim met behoud van salaris.
Dat betekent dat de werkgever de werknemer expliciet moet vragen
welke werkzaamheden hij of zij nog wel zou kunnen verrichten. Deze
informatie valt niet onder het medisch geheim en de werknemer is
verplicht om vragen hierover te beantwoorden. Doet hij dat niet,
dan mag de werkgever de loondoorbetaling tijdelijk stoppen.
[terug naar boven]
Onderverhuur van bedrijfsruimte voorkomen
Op 1 augustus 2003 is het huurrecht voor bedrijfsruimten gewijzigd.
Een van de belangrijkste veranderingen is dat onderhuur door de
huurder vroeger verboden was, tenzij expliciet was overeengekomen
dat dit wel mocht. In het nieuwe huurrecht is de situatie omgekeerd
en is onderhuur in principe toegestaan, tenzij het expliciet verboden
is in het huurcontract.
Dus: als u niet wilt dat uw huurder gaat onderverhuren, moet u
daaraan speciale aandacht besteden in het huurcontract. U kunt gebruik
maken van modellen van de Raad voor Onroerende Zaken, die handige
standaardbepalingen heeft geformuleerd.
Huurcontracten die gesloten zijn vóór 1 augustus 2003,
hoeven niet gewijzigd te worden, omdat onderverhuur voor die tijd
automatisch verboden was. Recentere huurcontracten moeten eventueel
nog even nagekeken worden.
[terug naar boven]
Hoe herken je een valse euro?
Tot schrik van veel ondernemers duiken er steeds meer valse eurobiljetten
op. Inmiddels is er een groot aantal detectieapparaten op de markt,
waaruit het moeilijk kiezen is. MKB Nederland heeft De Nederlandsche
Bank daarom gevraagd om 22 apparaten te testen die automatisch aangeven
of een biljet echt of vals is. De resultaten hiervan staan op de
website van De Nederlandsche Bank (www.dnb.nl).
Slechts drie apparaten slaagden erin om met 100% zekerheid vast
te stellen of een biljet echt of vals was.
Ondernemers kunnen ook baat hebben bij de CD-rom 'Echt of vals'
die De Nederlandsche Bank heeft uitgegeven. Hierop worden de echtheidskenmerken
van een biljet helder en toegankelijk uitgelegd en wordt aangegeven
hoe je (eventueel met behulp van een UV-lamp of een infraroodapparaat)
kunt beoordelen of een biljet echt is. De CD-rom is gratis te bestellen
bij DNB, maar alle informatie is ook opvraagbaar via de DNB-website.
[terug naar boven]
|