|
Fiscaal
Keuzeherziening partnerschap verruimd
Samenwoners kunnen zelf kiezen of ze al dan niet als fiscale partners
behandeld willen worden. Een fiscaal partnerschap kan bijvoorbeeld
nuttig zijn als de ene partner wel werkt en de andere niet, zodat
de niet werkende partner toch aanspraak kan maken op de algemene
heffingskorting van EUR 1.800,-. Ook bij de gezamenlijke aankoop
van een eigen woning en voor het recht van successie kan een fiscaal
partnerschap voordelig zijn. De regels voor het herzien van die
keuze zijn nu verruimd.
Het wás al mogelijk om in een later stadium alsnog voor
een fiscaal partnerschap te kiezen, als de aanslag inkomstenbelasting
(voor beide partners) nog niet definitief was vastgesteld. Het Hof
Amsterdam heeft echter bepaald dat de keuze ook mag worden herzien
als de aanslag van slechts één van de partners nog
niet definitief is vastgesteld. Hierdoor kan men dus gedurende een
langere periode op de oorspronkelijke keuze terugkomen.
En nóg een wijziging: tot en met 2004 gold de keuze voor
het partnerschap alleen voor het belastingjaar waarvoor aangifte
werd gedaan. Met ingang van 1 januari 2005 geldt de keuze automatisch
ook voor de jaren daarna, tenzij de belastingbetalers hun keuze
herzien.
Let op: het is niet mogelijk om op deze manier
oneigenlijk voordeel te behalen. Je kunt bijvoorbeeld niet de volledige
hypotheekrente aftrekken bij één partner, vervolgens
een fiscaal partnerschap aanvragen, en dan nog eens de helft van
de hypotheekrente bij de andere partner aftrekken. In dat geval
volgt een navordering bij de eerste partner (ook al was de aanslag
al definitief).
[terug naar boven]
Fictief loon DGA blijft twistpunt
Regelmatig moeten rechters conflicten beslechten tussen directeuren-grootaandeelhouders
en de fiscus, over het 'gebruikelijk loon'. De aanhoudende stroom
van gerechtelijke uitspraken maakt de (beperkte) speelruimte van
de DGA steeds duidelijker. Hieronder volgen twee recente uitspraken.
Het jaarsalaris moet wettelijk minstens EUR 38.118 bedragen. Van
dit wettelijke minimum kan echter worden afgeweken, zowel naar boven
als naar beneden. In eerste instantie wordt dan gekeken naar datgene
wat een vergelijkbaar iemand in loondienst zou verdienen. In bepaalde
gevallen kan er echter ook gekeken worden naar de winst van de BV.
Bijvoorbeeld als er sprake is van een management-BV, of iets wat
daarop lijkt. Meer smaken zijn er niet. De inspecteur kan dus niet
zomaar lukraak -- zonder feitelijke onderbouwing -- een hoger salaris
prikken. De bewijslast ligt bij de inspecteur. Dat was de strekking
van een recente uitspraak van de Hoge Raad.
Tweede voorbeeld. De directeur van een beheer-BV, moedermaatschappij
van zestien andere BV's, kreeg in 1998 van zijn beheer-BV een salaris
van EUR 96.846,-. De inspecteur verhoogde dat bedrag bij de aanslag
inkomstenbelasting tot EUR 113.445,-. De directeur ging in beroep
bij het Hof Amsterdam. Het Hof vond op basis van de werkzaamheden
van de directeur een loon van minstens EUR 181.512,- reëel.
Om het loon niet in belangrijke mate te laten afwijken van het
voor andere werknemers in de sector gebruikelijke loon, moest het
fictieve loon van de directeur volgens het Hof minstens 70% van
deze EUR 181.512,- bedragen, oftewel: EUR 124.790,-. Het door de
inspecteur opgelegde bedrag van EUR 113.445,- was dus niet te hoog.
De Hoge Raad heeft deze uitspraak van het Hof onlangs bevestigd.
[terug naar boven]
Bijtelling kunstmatig verlagen?
Zoals bekend moeten IB-ondernemers met een auto van de zaak 22%
van de cataloguswaarde bij de winst tellen, als ze 500 kilometer
of meer privé rijden. Deze bijtelling hoeft echter nooit
hoger te zijn dan de werkelijke kosten die in een jaar voor de auto
worden gemaakt. Dat opent natuurlijk perspectieven voor het verlagen
van de bijtelling, met name door de afschrijving kunstmatig te verlagen.
In de praktijk blijkt dat helaas niet te werken.
Een IB-ondernemer stelde de afschrijving van zijn auto op 1 euro.
Dat deed hij door de winst die hij had behaald op de vervreemding
van een vorige auto af te boeken op de aanschafprijs van de nieuwe
auto. De 'werkelijke kosten' werden daardoor behoorlijk laag.
De Hoge Raad vond echter dat die truc niet door de beugel kon.
Werkelijke kosten zijn werkelijke kosten. En daar hoort een reële
afschrijving bij.
[terug naar boven]
Uw cateringkosten kunnen lager
Bedrijven betalen vaak te veel geld aan cateraars, door een verkeerde
toepassing van de BTW-regels. Dat zit zo. Over de catering van uw
bedrijf kunt u geen BTW terugkrijgen. Dus: hoe lager het BTW-bedrag
dat de cateraar in rekening brengt, hoe lager uw kosten.
Meestal heffen cateraars het hoge BTW-tarief (19%) over álle
personeelskosten, wat doorgaans niet nodig is. Wat namelijk vaak
over het hoofd wordt gezien, is dat de BTW over de personeelskosten
gesplitst mag worden naar rato van de omzet. Dus: als er bij een
omzet van 1000 euro voor 100 euro aan alcoholica geschonken is,
dan is 10% van de personeelskosten belast met 19% BTW en 90% van
de personeelskosten met 6% BTW.
Wijs uw cateraar daarom op de mogelijkheid om de kosten te splitsen
naar tarief. Dat levert hem meer rekenwerk op, maar hij kan daardoor
wel goedkoper werken dan zijn concurrenten, die vaak niet op de
hoogte zijn van deze BTW-regel.
Bent u naar aanleiding van dit bericht op een idee gebracht?
Bedenk dan dat het zelfs mogelijk is om rekeningen achteraf te herstellen
(met behulp van een creditnota).
[terug naar boven]
Waarschuwing voor echtscheiders met
een eigen huis
Slecht nieuws voor echtscheiders met een eigen huis. De bijleenregeling
die sinds 1 januari 2004 van kracht is voor de renteaftrek van een
eigen woning, beperkt ook de mogelijkheden om te lenen na een echtscheiding.
De regeling houdt in dat renteaftrek alleen nog mogelijk is voor
maximaal het bedrag van de aanschafkosten van de nieuwe eigen woning,
minus de gerealiseerde overwaarde van de oude eigen woning. Het
onderstaande voorbeeld laat zien hoe de regeling uitpakt bij een
in gemeenschap van goederen getrouwd echtpaar dat gaat scheiden,
waarbij de vrouw in het huis blijft wonen.
Stel dat de woning EUR 300.000,- waard is op het moment dat hij
wordt overgedragen aan de vrouw, en stel dat de eigenwoningschuld
EUR 200.000,- bedraagt. De overwaarde is dus EUR 100.000,-, waarvan
de helft voor de man is (EUR 50.000,-).
De man koopt voor zichzelf een nieuwe woning voor EUR 180.000,-.
Dat betekent dat zijn recht op renteaftrek beperkt is tot een bedrag
van EUR 180.000 min EUR 50.000 is EUR 130.000,-.
Dit probleem is eigenlijk onoplosbaar. De enige uitweg is
dat de boedelscheiding zo georganiseerd wordt dat één
van beide partners het huis krijgt en de ander evenveel contanten.
De kans dat dat geld beschikbaar is, is echter klein.
[terug naar boven]
Renteaftrek bij verbouwing
In oktober 2004 heeft de Hoge Raad bepaald dat huiseigenaren die
geld lenen voor een verbouwing, de bijbehorende rente pas mogen
aftrekken als ze de verbouwingskosten hebben betaald. Dat kan lastig
zijn als de verbouwing pas later begint (nadat het geld al geleend
was) of als de verbouwing vertraging oploopt.
Naar aanleiding van deze uitspraak zijn er Kamervragen gesteld,
omdat dit toch wel erg zuur is. De Staatssecretaris keurt daarom
goed dat gedurende een half jaar na het sluiten van een lening voor
verbetering of onderhoud van de eigen woning, toch renteaftrek over
het volledige bedrag kan worden verleend. Als de werkzaamheden na
een half jaar nog niet zijn voltooid, dan wordt pas vanaf dat moment
de renteaftrek berekend, uitgaande van de betaaldatum.
[terug naar boven]
Wat zijn 'toegestane voorzieningen'?
Bedrijven mogen bepaalde voorzieningen (voor toekomstige uitgaven)
ten laste brengen van de winst in het jaar dat de voorziening gevormd
wordt. Welke voorzieningen komen daar eigenlijk voor in aanmerking?
De Staatssecretaris heeft onlangs een aantal kenmerkende voorbeelden
gegeven. Onder andere:
- een voorziening voor persoonlijke toeslagen op het loon wegens
een herziening in het functie- en salarisstelsel is niet toegestaan;
- een voorziening voor toekomstige uitgaven voor belastingadviezen
is wél toegestaan, onder voorwaarde dat er sprake is van
een opgelegde aanslag die aangevochten gaat worden, en als aannemelijk
is dat er kosten gemaakt zullen worden;
- bij een reorganisatie -- waarbij kosten worden gemaakt voor
de harmonisatie van de pensioenen en arbeidsvoorwaarden van het
personeel -- moet per geval worden bekeken of de vorming van een
voorziening is toegestaan.
[terug naar boven]
Auto van buitenslands wonende DGA belast in Nederland
In het buitenland wonende DGA's van Nederlandse BV's hoeven geen
Nederlandse belasting te betalen over fictieve inkomsten, zoals
fictief loon en fictieve rente. Dat soort inkomsten is doorgaans
toegewezen aan het woonland. Maar geldt dat ook voor het autokostenforfait?
Nee.
Een directeur die in Duitsland woonde, vond dat Nederland geen
belasting mocht heffen over zijn peperdure Mercedes SE (cataloguswaarde
EUR 109.111,-), omdat ook het autokostenforfait een fictieve inkomstenbron
zou zijn. Die claim werd echter niet gehonoreerd door de inspecteur.
De Hoge Raad heeft onlangs bepaald dat een auto die door een Nederlandse
werkgever ter beschikking is gesteld, wel degelijk tot het uit dienstbetrekking
genoten inkomen behoort en dat slechts de hoogte daarvan forfaitair
wordt vastgesteld.
De Hoge Raad verwierp ook de stelling van de directeur dat
bij het autokostenforfait moest worden uitgegaan van de (lagere)
Duitse catalogusprijs in plaats van de Nederlandse prijs.
[terug naar boven]
Sociaal
Minderheidsaandeelhouder is verzekeringsplichtig
Alle werknemers van een BV zijn verplicht verzekerd voor de sociale
verzekeringen. De enige uitzondering hierop is de DGA. Het criterium
is of er al dan niet een gezagsverhouding bestaat. Daarom geldt
de verzekeringsplicht ook bijna altijd voor minderheidsaandeelhouders,
zo blijkt uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB),
de hoogste rechter in sociale verzekeringszaken. Minderheidsaandeelhouders
kunnen immers ontslagen worden door meerderheidsaandeelhouders.
Ook het bestaan van een stemovereenkomst, waarin is vastgelegd
dat alle besluiten unaniem genomen moeten worden (om ontslag onmogelijk
te maken), doet niets af aan de verzekeringsplicht, aldus een recente
uitspraak van de CRvB. Zelfs niet als er hoge boetes zijn afgesproken.
Volgens de CRvB is het namelijk altijd mogelijk om je te onttrekken
aan zo'n overeenkomst, hoe akelig de gevolgen ook kunnen zijn.
[terug naar boven]
Nieuwe VAR-verklaring geeft meer zekerheid
De Eerste en Tweede Kamer zijn akkoord gegaan met het wetsvoorstel
'Uitbreiding rechtsgevolgen verklaring arbeidsrelatie' (VAR). Doel
van deze wet is het geven van zekerheid vooraf over de aard van
de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers.
Bij een VAR WUO (winst uit onderneming) of een VAR DGA (werkzaamheden
voor rekening en risico van de vennootschap) zijn opdrachtgevers
niet verplicht om loon en verzekeringspremies in te houden.
De nieuwe VAR-verklaringen gelden ook voor opdrachten die doorlopen
in een volgend jaar, vooropgesteld dat een opdracht is verleend
vóór 1 november van het lopende jaar en er op dat
moment nog geen VAR voor het volgende jaar is afgegeven.
[terug naar boven]
|