|
Fiscaal
Soepeler regeling voor rekening-courantverhouding
De rekening-courantverhouding tussen een bedrijf en de
directeur-grootaandeelhouder is altijd lastig. Als de DGA een vordering
heeft op de BV (bijvoorbeeld bij betaald maar nog niet opgenomen
salaris) is die vordering een vermogensbestanddeel waarover de BV
rente moet betalen. Die rente is bij de DGA belastbaar in Box I
als 'resultaat uit overige werkzaamheden'. In perioden dat er een
schuld is aan de BV, bijvoorbeeld als de DGA even wat geld heeft
opgenomen voor privé-gebruik, behoort die schuld tot zijn
vermogen in Box III en is de rente niet aftrekbaar.
Het bijhouden van de gevolgen van zulke wisselende debet- en creditstanden
is een hoop werk. De staatssecretaris heeft daarom goedgekeurd dat
DGA's geen rekening hoeven te houden met de rente over de rekening-courantvordering,
als deze vordering over het hele jaar lager is dan EUR 10.000,-
en de BV geen rentelasten in mindering brengt. Over een rekening-courantschuld
moet de DGA wel rente vergoeden.
[terug naar boven]
Spaarloon ook te gebruiken voor
kinderopvang
Werknemers mogen hun spaarloontegoed voortaan aanspreken voor de
financiering van kinderopvang. Dit bedrag staat normaal gesproken
voor vier jaar vast. Elke werknemer mag nu maximaal 1/6 deel van
de totale kinderopvangkosten deblokkeren. Als beide ouders werken,
en als ze allebei deelnemen aan een spaarloonregeling, kan er dus
maximaal 1/3 van de opvangkosten betaald worden uit de spaarloontegoeden.
Voorwaarde is wel dat de werkgever(s) dit bestedingsdoel opneemt
respectievelijk opnemen in het spaarloonreglement.
Het spaarloon mócht al worden gedeblokkeerd voor de aankoop
van een woning, bepaalde verzekeringspremies, onbetaald verlof,
de start van een eigen onderneming of studiekosten. De uitbreiding
met kinderopvang gaat naar verwachting gelden met terugwerkende
kracht tot 1 januari 2005.
[terug naar boven]
Aanmelding EIA en MIA versoepeld
Op 6 september 2004 stelde de staatssecretaris dat de moeder van
een fiscale eenheid altijd verantwoordelijk is voor het aanvragen
van energie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek
(MIA), ook al wordt de feitelijke investering gedaan door de dochter.
In de praktijk kan dat echter tot problemen leiden. Daarom heeft
de staatssecretaris op 12 januari 2005 dit strenge beleid versoepeld
en keurt hij het volgende goed.
- de aanmelding c.q. aanvraag van een investering op naam van
een dochter die op het moment van investeren tot een fiscale eenheid
behoort, wordt geacht gedaan te zijn door de moedermaatschappij;
- als de moeder de aanmelding c.q. aanvraag heeft ingediend (ten
behoeve van de investerende dochter), kan de aftrek worden geclaimd
door de dochter, als de fiscale eenheid verbroken is vóór
de betaling of de ingebruikname van het bedrijfsmiddel;
- als de (investerende) dochter op het moment van betaling of
ingebruikname van het bedijfsmiddel is opgenomen in een andere
fiscale eenheid, kan de nieuwe moeder de aftrek claimen;
- als de aanvraag werd gedaan door een zelfstandig bedrijf dat
aanvankelijk geen deel was van een fiscale eenheid, en als dat
bedrijf later (eventueel met terugwerkende kracht) is gaan behoren
tot een fiscale eenheid, en als de betaling of ingebruikname van
het bedrijfsmiddel plaatsvindt binnen de fiscale eenheid, dan
kan de aftrek worden geclaimd door de nieuwe moeder.
[terug naar boven]
Besmette rente
De rente die een moedermaatschappij krijgt voor een lening aan een
dochtermaatschappij, kan 'besmet' zijn. Dat is bijvoorbeeld het
geval als de dochter dividend uitkeert aan de moedermaatschappij
en de moeder dit bedrag terugleent aan de dochter. De rente die
de dochter aan de moeder betaalt, mag door de dochter alleen afgetrokken
worden als er sprake is van compensatie (dus als de rente belast
is bij de moeder).
Bij het Hof Amsterdam diende onlangs een geval waarbij de rente
bij de moeder weliswaar belast was, maar toch niet tot heffing leidde,
omdat er sprake was van compensabele verliezen. De vraag was nu
of de aftrek van de rente bij de dochter in dit geval wel of niet
gecompenseerd was bij de moeder. Het Hof was van mening dat dit
niet zo was en accepteerde de aftrek bij de dochter niet.
[terug naar boven]
Geen investeringsaftrek voor uitgeleende
bedrijfsmiddelen
Een BV kan investeringsaftrek claimen voor de aanschaf van bedrijfsmiddelen.
Voorwaarde is dan wel dat de BV de bedrijfsmiddelen zelf gebruikt,
zo blijkt uit een zaak die onlangs speelde bij het Hof Arnhem.
Een groothandel in grondstoffen voor medicijnen claimde in de
aangifte voor de vennootschapsbelasting investeringsaftrek voor
de aanschaf van een aanhanger en een video-beeldcomputer. De inspecteur
weigerde deze aftrek, omdat de bedrijfsmiddelen werden gebruikt
ten behoeve van patiënten van een stichting waarmee de groothandel
nauw samenwerkte.
Het Hof oordeelde dat er geen zakelijke, maar een persoonlijke
relatie bestond tussen de BV en de stichting (die dezelfde bestuurder
hadden), want de groothandel had niets te maken met de patiënten.
De BV probeerde op deze manier eenvoudigweg kosten op te voeren
waar ze fiscaal het gunstigst uitkwamen. Dat kon volgens het Hof
niet door de beugel; de investeringsaftrek was terecht geweigerd.
[terug naar boven]
Bedrijfspand mag buiten geruisloze
overgang blijven
Bij de zogenaamde geruisloze overgang van een IB-onderneming naar
een BV, neemt de BV alle fiscale rechten en verplichtingen over.
De Hoge Raad heeft recent enkele uitspraken gedaan die erop neerkomen
dat het is toegestaan om vermogensbestanddelen te onttrekken aan
de onderneming, voorafgaand aan de overgang naar BV.
Voorheen moesten alle vermogensbestanddelen mee naar de BV, maar
in reactie op de arresten heeft de staatssecretaris zich erbij neergelegd
dat het is toegestaan om bepaalde vermogensbestanddelen te onttrekken
aan de onderneming. Voorwaarde is wel dat het onttrokken vermogensbestanddeel
geen onderneming vormt en ook geen zelfstandig deel van een onderneming
is. Het gaat om 'losse' vermogensbestanddelen, vaak een bedrijfspand.
De eventuele stakingswinst die dit vermogensbestanddeel oplevert,
is vanzelfsprekend belast. Blijft het vermogensbestanddeel in gebruik
bij de BV, dan valt het onder 'belastbaar resultaat uit overige
werkzaamheden' en blijft het in Box I. Gebruikt de BV het vermogensbestanddeel
niet meer, dan wordt het belast in Box III, tenzij daarvoor een
vrijstelling bestaat (bijvoorbeeld als het om een kunstwerk gaat).
De onttrekking wordt geacht in te gaan op het moment van overgang
van IB-onderneming naar BV, aldus de staatssecretaris. Voorwaarde
is dat ook bij dit tijdstip wordt aangesloten voor de toepassing
van het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden (Box I) of
de heffingsgrondslag voor sparen en beleggen.
[terug naar boven]
Inkeerregeling voor huisje in Frankrijk
De belastingdienst meldde onlangs dat er via een uitwisselingsverdrag
met Frankrijk duizenden notariële aktes van onroerend goed
van Nederlandse belastingplichtigen beschikbaar zijn gekomen. Dat
zal er niet toe leiden dat de Nederlandse fiscus belasting zal gaan
heffen over het huis in Frankrijk, want dat gebeurt normaliter in
het land waar het huis staat. Wel kan de fiscus door het bezit van
de aktes mogelijk achterhalen of mensen hun buitenlands vastgoed
wel hebben aangegeven en of het mogelijk gefinancierd is met zwart
geld.
De belastingdienst geeft bezitters van buitenlands onroerend goed
nu de kans om hun aangiften over oude jaren alsnog vrijwillig te
verbeteren en alle informatie te geven over hun buitenlandse vermogen.
Er wordt dan geen boete opgelegd. Deze inkeerregeling gebruikte
de fiscus eerder met succes voor verzwegen buitenlandse spaartegoeden.
[terug naar boven]
Sociaal
Loondoorbetaling bij ziekte vrijwel altijd verplicht
Werkgevers hebben geregeld te maken met werknemers die ziek of arbeidsongeschikt
raken door omstandigheden buiten het werk. Denk bijvoorbeeld aan
een gebroken been bij een skivakantie. De vraag rijst dan wel eens
of er in dit soort situaties te ontkomen valt aan de loondoorbetalingsverplichting.
De wet is hier echter heel duidelijk over: loondoorbetaling bij
ziekte is altijd verplicht.
Er zijn maar een paar bijzondere omstandigheden waarin een werkgever
het loon niet hoeft door te betalen:
- als de werknemer zijn ziekte opzettelijk veroorzaakt heeft;
- als hij bij zijn aanstellingskeuring (die overigens nog maar
sporadisch is toegestaan) gejokt heeft over zijn gezondheid;
- als hij zijn eigen genezing belemmert;
- a ls hij passende arbeid weigert;
- of als hij niet wil meewerken aan een reïntegratieplan.
[terug naar boven]
Loondoorbetaling in het tweede ziektejaar
Door de gang van zaken bij het Najaarsoverleg 2004 is er verwarring
ontstaan over de hoogte van de loondoorbetaling tijdens het tweede
ziektejaar. Het is onjuist dat een werkgever in het tweede jaar
niet méér dan 70% zou mogen doorbetalen. Een werkgever
die bereid is om de volle 100% door te betalen, mag dat gewoon doen.
Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij DGA's.
Ook mag een werkgever het loon in het tweede jaar niet beperken
tot 70% wanneer in de (individuele) arbeidsovereenkomst staat dat
er meer dan 70% betaald moet worden. Hij is weliswaar wettelijk
niet verplicht om meer dan 70% te betalen, maar de individuele overeenkomst
gaat in dit geval boven de wet en er bestaat geen verbod om meer
dan 70% te betalen.
[terug naar boven]
Overig nieuws
Arbeidsovereenkomst voor 65-plussers
Werkt u met 65-plussers? Let dan goed op bij het opstellen van de
arbeidsovereenkomst. Voor de beëindiging van zo'n overeenkomst
is net als bij andere werknemers een ontslagvergunning of een ontbinding
door de kantonrechter nodig. Ook kan de kantonrechter aan 65-plussers
een ontslagvergoeding toekennen. Het is daarom raadzaam om voor
dit soort werknemers een eindleeftijd op te nemen in het contract.
Of 65-plussers net als anderen recht hebben op loondoorbetaling
en ontslagbescherming bij ziekte, is vooralsnog onduidelijk. De
wet zegt er niets over, en er is nog weinig jurisprudentie.
[terug naar boven] |