|
Fiscaal
BTW-criteria voor bouwterrein
De levering van 'onroerende zaken' is vrijgesteld van BTW,
tenzij het een bouwterrein betreft. Bouwterreinen zijn belast met
19% BTW en niet met de 6% overdrachtsbelasting die voor overig onroerend
goed geldt. Maar wanneer is iets nu een bouwterrein? Hiervoor kent
de Wet op de Omzetbelasting 1968 een aantal bepalingen, waaronder
een die over de bouwvergunning handelt.
De staatssecretaris heeft onlangs bepaald wanneer bij onbebouwde
grond sprake is van een bouwterrein in relatie tot de bouwvergunning.
Dat is het geval als er een bouwvergunning eerste fase (ruimtelijke
en welstandtechnische aspecten) én een bouwvergunning tweede
fase (bouwtechnische aspecten) is verstrekt.
Zonder beide vergunningen kan de eigenaar van de grond niet met
bouwen beginnen en is het nog niet zeker dat de grond daadwerkelijk
als bouwgrond zal worden gebruikt, aldus de staatssecretaris.
Dus: zolang beide fases van de vergunning nog niet zijn afgerond,
geldt bij verkoop van de grond een belastingpercentage van 6% (overdrachtsbelasting)
en geen 19% (BTW), tenzij de onbebouwde grond op grond van andere
bepalingen in de Wet gekwalificeerd wordt als bouwgrond.
[terug naar boven]
Nieuw bedrag voor aftrek buitenlandse
ritten
Transportondernemers (lees: eigen rijders) die meerdaagse internationale
ritten maken, mogen in 2005 EUR 27,- per dag aftrekken van de winst,
bij wijze van forfaitaire verblijfskosten (was: EUR 26,- in 2004).
De dag van vertrek en de dag van terugkomst gelden beide als een
halve dag. U moet het aantal reisdagen wel aannemelijk kunnen maken
met bijvoorbeeld tachograafschijven, facturen of rittenstaten.
[terug naar boven]
Hoge Raad geeft regels voor 'redelijke
termijn' in boetezaken
De Hoge Raad heeft vuistregels opgesteld voor wat als overschrijding
van een redelijke termijn kan gelden bij de behandeling van een
fiscale-boetezaak. De Hoge Raad maakt daarbij onderscheid tussen
diverse fasen.
De redelijke termijn begint te lopen op het moment dat een bestuursorgaan
heeft aangegeven dat het een (nog nader te bepalen) boete zal gaan
opleggen. De rechter moet dan in principe binnen twee jaar uitspraak
hebben gedaan, inclusief de duur van de bezwaarfase. Berechting
in hoger beroep moet in principe afgerond zijn binnen twee jaar
na het instellen ervan. Onder bijzondere omstandigheden mag de tweejaarstermijn
overschreden worden, bijvoorbeeld als de zaak erg ingewikkeld is
of als de beboete persoon zelf om uitstel heeft gevraagd.
Overschrijding van de redelijke termijn geeft recht op kwijtschelding
van de boete (geheel of gedeeltelijk, afhankelijk van de mate van
overschrijding). De belasting zélf wordt natuurlijk niet
kwijtgescholden.
[terug naar boven]
Helderheid over studiekostenvergoeding
door werkgever
Werkgevers mogen de studiekosten van hun werknemers belastingvrij
vergoeden. Dat lijkt simpel, maar is het (soms) niet. Er zijn namelijk
tal van situaties die vragen oproepen.
De staatssecretaris heeft onlangs een overzicht gegeven van alle
ins en outs:
- als de werkgever een studiekostenvergoeding geeft in het jaar
waarin de werknemer de uitgaven doet, heeft de werknemer geen
recht op aftrek voor de inkomstenbelasting omdat de uitgaven niet
op hem drukken;
- terugbetaling door de werknemer van een vrijgestelde studiekostenvergoeding
is geen negatief loon, omdat de vergoeding geen loon was. Wel
kan de werknemer dit bedrag als scholingsuitgaven opvoeren in
het jaar van terugbetaling;
- een nieuwe werkgever mag een vrije studiekostenvergoeding geven
ter grootte van het bedrag dat de werknemer heeft moeten terugbetalen
aan zijn eerdere werkgever. Betaling (of toezegging daarvan) moet
gebeuren in het kalenderjaar van terugbetaling. Aftrek van studiekosten
bij de inkomstenbelasting is dan niet meer mogelijk;
- de nieuwe werkgever kan de betalingsverplichting van de werknemer
overnemen en het bedrag rechtstreeks aan de oude werkgever betalen;
- toekenning van een vergoeding door de nieuwe werkgever na afloop
van het jaar waarin de werknemer de vergoeding heeft terugbetaald
aan zijn oude werkgever, is niet belastingvrij omdat er alleen
sprake was van drukkende uitgaven in het jaar van terugbetaling.
[terug naar boven]
BTW-aftrek ook toegestaan na liquidatie onderneming
De Deense Hoge Raad heeft het Hof van Justitie EG gevraagd of het
recht op aftrek van BTW blijft bestaan voor verplichtingen die nog
doorlopen na het staken van een bedrijf. De vraag had betrekking
op een restauranthouder wiens huurcontract nog doorliep, terwijl
het bedrijf al was beëindigd. Hij betaalde de huur ondanks
de liquidatie gewoon door en trok ook de in rekening gebrachte voorbelasting
af.
Het Hof van Justitie oordeelde dat het recht op aftrek in deze
situatie bleef bestaan, omdat het geliquideerde restaurant ook nog
gewoon de huur moest blijven betalen.
[terug naar boven]
Pas op voor dubbel aftrekken van auto-accessoires
De catalogusprijs die gehanteerd moet worden voor de bijtelling
van een auto van de zaak, mag verlaagd worden met de waarde van
alle accessoires die zijn vrijgesteld van BPM. Dat zijn bijvoorbeeld:
een boordcomputer, een LPG-installatie, een navigatiesysteem en
cruise-control. Op zich is deze regeling niet moeilijk of controversieel,
maar er kan wel iets misgaan, met name als het een lease-auto betreft.
Het ministerie van Financiën heeft er onlangs op gewezen
dat belastingplichtigen deze accessoires nogal eens dubbel aftrekken,
doordat zij niet beseffen dat de leasemaatschappij de vrijgestelde
accessoires vaak al in mindering heeft gebracht op de catalogusprijs.
Het is daarom belangrijk om de catalogusprijs te controleren die
de leasemaatschappij heeft opgegeven.
[terug naar boven]
Fiscaal partnerschap niet alleen voor geliefden
Bij fiscale partners denk je al snel aan gehuwden of samenwoners,
maar de fiscus is ruimdenkender. Ook andere (meerderjarige) duo's
kunnen belastingvoordeel behalen door voor het fiscale partnerschap
te kiezen, zoals: samenwonende broers en zussen, een ouder die samenwoont
met zijn of haar kind, of twee kinderen die nog bij hun ouders wonen.
Voorwaarde is wel dat er al meer dan zes maanden een gemeenschappelijke
huishouding is gevoerd en dat de 'partners' in die periode op hetzelfde
adres zijn ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens.
De keuze voor het fiscaal partnerschap moet expliciet aangeven worden
in de aangifte, en wordt niet stilzwijgend verlengd.
Een fiscaal partnerschap is onder meer voordelig als een van beiden
geen inkomen heeft, want dan wordt de anders niet benutte algemene
heffingskorting van EUR 1.894,- van de een uitbetaald aan de ander
(die zelf ook al recht heeft op aftrek van de heffingskorting).
[terug naar boven]
Geen lineaire pensioenopbouw via kostenegalisatiereserve
Een BV vormde een kostenegalisatiereserve (KER) voor de pensioenvorming
van haar twee directeuren. De BV wilde het pensioen lineair opbouwen
(door middel van een vaste jaarlijkse dotatie), maar de inspecteur
eiste op basis van de Wet Inkomstenbelasting 1964 een actuariële
opbouw, waarbij bij de bepaling van de jaarlijkse dotatie rekening
wordt gehouden met rente en sterftekansen.
De BV ging in beroep en stelde dat het door de inspecteur aangehaalde
wetsartikel niet van toepassing zou zijn op de KER. Het Hof Arnhem
erkende dat de KER daarin niet genoemd werd, maar vond een actuariële
opbouw wel goed koopmansgebruik en gaf de inspecteur uiteindelijk
dus toch gelijk. Exit lineaire opbouw.
[terug naar boven]
Overig nieuws
Hoge boetes voor niet invullen CBS-enquêtes
Menig ondernemer heeft een broertje dood aan die tijdrovende CBS-enquêtes,
maar wie niet meedoet, riskeert een forse boete. Bedrijven zijn
namelijk verplicht om informatie te verstrekken aan het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS), als men daar om vraagt. Deze gegevens
heeft het CBS nodig voor statistieken over zaken als economische
groei of werkgelegenheid.
Het CBS kan voor het niet of onvolledig invullen van enquêtes
boetes opleggen die kunnen oplopen tot EUR 5.000,-, aldus de nieuwe
CBS-wet. Ook na het betalen van de boetes blijft de informatieplicht
bestaan en moeten de gegevens alsnog binnen twee weken worden verstrekt,
op straffe van een dwangsom van maximaal EUR 20.000,-.
Gezien de hoogte van de boetes doen bedrijven er verstandig aan
om goed het oog te houden op de termijnen die gelden voor het verstrekken
van informatie. Bij een maandstatistiek heeft een bedrijf 10 dagen
de tijd om de enquête te retourneren; bij een kwartaalstatistiek
30 dagen en bij een jaarstatistiek 60 dagen. Een failliet bedrijf
moet toch vragen beantwoorden over de periode voorafgaand aan het
faillissement. Bedrijven kunnen zich niet beroepen op een geheimhoudingsplicht,
want de gegevens komen anoniem in de statistieken.
In sommige gevallen is het meewerken aan een CBS-enquête
vrijwillig. Het CBS geeft dit duidelijk aan in een begeleidende
brief.
[terug naar boven]
Recht op warme maaltijd is geen loon
Krachtens de Horeca-CAO heeft keukenpersoneel recht op warme maaltijden.
De maaltijden zijn belast als loon in natura. Maar wat gebeurt er
nu als er van het recht geen gebruik wordt gemaakt? Is er dan óók
sprake van loon of niet? Het Uwv vindt van wel, maar is achtereenvolgens
door de Rechtbank Zutphen én door de Centrale Raad van Beroep
in het ongelijk gesteld. Daarmee is het pleit nu definitief beslecht
in het voordeel van alle koks die liever een boterhammetje mee van
huis nemen (en met name in het voordeel van hun werkgevers, die
geen boetes of correctienota's meer hoeven te verwachten).
Volgens de CRvB is het recht op een warme maaltijd geen loon,
als van dat recht geen gebruik wordt gemaakt. Oftewel: loon dat
niet is genoten, is geen loon.
[terug naar boven] |